ECLI:NL:RBDHA:2026:1967

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
5 februari 2026
Zaaknummer
NL25.34597
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding toegekend na intrekking beroep tegen minister van Asiel en Migratie

Verzoekster heeft haar beroep ingetrokken nadat de minister van Asiel en Migratie alsnog een beslissing nam op haar aanvraag, waarmee hij aan haar tegemoet is gekomen. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop de minister aangaf zich niet te verzetten.

De rechtbank oordeelt dat bij intrekking van een beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, de bestuursrechter op verzoek de proceskosten kan toewijzen. De minister heeft toegezegd de proceskostenvergoeding te betalen.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding van € 467 toe, gebaseerd op de kosten voor het indienen van het beroepschrift door de gemachtigde. Omdat verzoekster een toevoeging heeft, moet de minister deze vergoeding aan de gemachtigde betalen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 5 februari 2026.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster van € 467 na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.34597

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. N.M. Weteling),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep.
1.1.
De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De minister heeft de rechtbank meegedeeld dat hij zich niet zal verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indienen van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoeker tegemoet is gekomen door tijdens het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoekster.
4. Verder stelt de rechtbank vast dat de minister in de brief van 2 december 2025 heeft toegezegd de proceskostenvergoeding aan verzoeker te zullen betalen.

Conclusie en gevolgen

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend. [3] Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Omdat aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet de minister deze vergoeding betalen aan de gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van
mr. J. Dijkstra, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.