Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in reconventie
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2016 te [geboorteplaats] .
Ouders spreken hierbij af ernaar te zullen streven om beide in de omgeving (binnen een straal van 5 km van de school van [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] ) te blijven wonen, zodat de kinderen naar de huidige school kunnen blijven gaan en om het co-ouderschap te bevorderen. Van deze bepaling kan enkel worden afgeweken als ouders hierover overeenstemming hebben bereikt. De kinderen zullen feitelijk bij elkaar blijven.”
3.Het geschil
4.De beoordeling van het geschil
voorlopig,in afwachting van nadere overeenstemming tussen partijen, dan wel een andersluidend oordeel van de rechter in een bodemprocedure, mag nakomen vanuit [plaats 2] . Als de vrouw haar verzet handhaaft ligt het op de weg van de man een bodemprocedure te starten om definitieve duidelijkheid te krijgen.