ECLI:NL:RBDHA:2026:19726

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/09/705331 / JE RK 26-848
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontbreken contact met moeder

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige, geboren in 2019, die bij de vader woont en over wie de vader het gezag heeft. De kinderrechter heeft op 16 juni 2026 de zitting gehouden en de stukken beoordeeld.

Hoewel de minderjarige zich goed ontwikkelt op school en sociaal-emotioneel, en een stabiele omgang heeft met pleegouders, bestaat er nog steeds een ontwikkelingsbedreiging door het ontbreken van structureel contact met de moeder. De moeder is beperkt betrokken en het contact is nog niet opgestart, terwijl de minderjarige hier wel behoefte aan heeft. De gecertificeerde instelling heeft hulpverlening ingezet en begeleide omgangsmomenten worden op korte termijn verwacht.

De vader en moeder stemmen in met de verlenging. De vader benadrukt dat zonder OTS de communicatie met de moeder moeizaam verloopt en de hulpverlening noodzakelijk blijft. De moeder wil videobelmomenten om het contact stapsgewijs op te bouwen.

De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en verlengt de OTS tot 29 december 2026. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. Er wordt de hoop uitgesproken dat de hulpverlening spoedig kan worden overgedragen aan het vrijwillig kader.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige tot 29 december 2026 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/705331 / JE RK 26-848
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R. Charité uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] namens de gecertificeerde instelling;
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] is erkend door de vader.
2.2.
Bij beschikking van 19 november 2025 van deze rechtbank is bepaald dat voortaan alleen de vader het gezag toekomt over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] woont bij de vader.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 maart 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 29 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden worden aangehouden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling het verzoek mondeling gewijzigd, in die zin dat wordt verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. Er zijn nog altijd zorgen over het ontbreken van (structureel) contact tussen [de minderjarige] en de moeder. Bij de betrokken hulpverleningsorganisatie Gemiva heeft recent (wederom) een wisseling in de begeleiders plaatsgevonden, maar op korte termijn kunnen de begeleide omgangsmomenten tussen [de minderjarige] en de moeder worden opgestart. Om de ervaringen uit het verleden te verwerken, is voor [de minderjarige] hulpverlening in de vorm van Words & Pictures ingezet. Daarbij zal ook aandacht uitgaan naar het verloop van de omgangsmomenten en het effect daarvan op [de minderjarige] . Aansluitend op Words & Pictures zal het hulpverleningstraject ‘Slapende Honden? Wakker maken!’ of EMDR-therapie ingezet worden. Naast de zorgen over het ontbreken van contact tussen [de minderjarige] en de moeder, zijn er geen zorgen meer om [de minderjarige] . Het doel is daarom om de hulpverlening over te dragen naar het vrijwillig kader. De aanmelding bij de [gemeente] is inmiddels gedaan, maar de gemeente heeft aangegeven dat de aanvraag nog in behandeling genomen moet worden en dat er een wachtlijst is, waardoor het niet de verwachting is dat de hulpverlening op korte termijn kan worden overgedragen naar het vrijwillig kader. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden is daarom volgens de gecertificeerde instelling noodzakelijk.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzoek. Hoewel het volgens de vader op meerdere leefgebieden goed gaat met [de minderjarige] , is een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder op te starten. Dit lukt de vader zonder ondertoezichtstelling niet omdat communicatie met de moeder moeizaam verloopt. [de minderjarige] heeft last van het ontbreken van contact met de moeder en daarom is het van belang dat hulpverlening betrokken blijft. Omdat er op dit moment nog geen zicht op is dat deze hulpverlening op korte termijn overgedragen kan worden naar het vrijwillig kader, is volgens de vader een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden nodig.
4.2.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek. Op dit moment heeft de moeder geen contact met [de minderjarige] en de moeder is bang dat [de minderjarige] haar vergeet. Volgens de moeder is het daarom belangrijk dat videobelmomenten met [de minderjarige] worden ingezet, voordat fysieke omgangsmomenten kunnen plaatsvinden. De omgang wordt hierdoor stapsgewijs uitgebreid.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en op de zitting is gebleken dat sprake is van een positieve ontwikkeling. [de minderjarige] doet het goed op school en daarnaast ontwikkelt zij zich sociaal-emotioneel goed. [de minderjarige] heeft een fijne omgangsregeling met haar pleegouders en zij vormen een stabiele factor in haar leven. De opvoedondersteuning voor de vader is afgesloten omdat er geen hulpvraag meer is. Tegelijkertijd bestaan er nog steeds zorgen over het ontbreken van structureel contact tussen [de minderjarige] en de moeder. Hierin ziet de kinderrechter een ontwikkelingsbedreiging van [de minderjarige] , nu het uitblijven van dit contact schadelijk kan zijn voor haar identiteitsontwikkeling. Op dit moment is de moeder beperkt en wisselend betrokken en ook de afgelopen periode is het niet gelukt om de omgang tussen [de minderjarige] en de moeder op te starten, terwijl de vader op de zitting heeft aangegeven dat [de minderjarige] hier wel behoefte aan heeft. Tegen deze achtergrond is het positief dat hiervoor hulpverlening voor [de minderjarige] is ingezet en dat op korte termijn Gemiva kan starten met het begeleiden van omgangsmomenten. Daarbij is het belangrijk dat [de minderjarige] erop kan vertrouwen dat zij contact met de moeder kan hebben en dat de omgangsmomenten doorgaan. De kinderrechter is daarom van oordeel dat de betrokkenheid van een jeugdbeschermer noodzakelijk blijft om het contact tussen [de minderjarige] en de moeder tot stand te brengen en te monitoren. De gecertificeerde instelling heeft daarbij de regie hoe de contactmomenten met de moeder zullen worden vormgegeven. Op de zitting heeft de gecertificeerde instelling toegelicht dat het doel is om de hulpverlening over te dragen naar het vrijwillig kader en dat hiervoor een aanmelding bij de gemeente is gedaan. Door de lange wachtlijsten is hier op korte termijn nog geen zicht op. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] , waartegen geen verweer is gevoerd, toewijzen voor de verzochte duur van zes maanden. Daarbij spreekt de kinderrechter de hoop uit dat een warme overdracht van de hulpverlening naar het vrijwillig kader in de komende periode mogelijk is.
5.3.
De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 29 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van L. van der Gaag als griffier, en op schrift gesteld op 22 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.