Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Wijziging zorgregeling ex artikel 1:265g lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW)
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Niets meer te beslissen
[de pleegouder 2],
1.Het verdere verloop van de procedure
voorlopigtot 17 juli 2026 wordt gewijzigd in die zin dat [de minderjarige] de weekenden afwisselend bij de vader, de moeder en de pleegouders verblijft. Indien [de minderjarige] in het weekend bij één van de ouders verblijft, dan is hij daar van vrijdag (na school) tot zondag 19.00 uur. De regie voor de verdeling van de weekenden wordt bij de gecertificeerde instelling gelegd. De behandeling van het verzoek is verder aangehouden.
- de beschikking van 3 april 2026 en de daarin genoemde stukken;
- het verzoekschrift in zaaknummer C/09/706658 / JE RK 26-999, met bijlagen, ontvangen op 9 juni 2026;
- het rapport van de Raad, met bijlagen, gedateerd op 8 juni 2026, ontvangen op 12 juni 2026;
- de stukken van de moeder van 12 juni 2026.
- [naam 1] , namens de gecertificeerde instelling;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de pleegouders, ondersteund door de pleegzorgwerker [naam 2] ;
- [naam 3] en [naam 4] namens de Raad.
2.De feiten
3.Het verzoek
Gezinnen met meervoudige en complexe problemen. Daarvoor is nadere observatie en begeleiding noodzakelijk. De gecertificeerde instelling wil daarom de komende periode passende en structurele hulpverlening inzetten. Hierbij denkt de gecertificeerde instelling aan een aantal hulpverleningstrajecten. De inzet is gericht op het versterken van de opvoedvaardigheden van de ouders, het verbeteren van de onderlinge samenwerking, het creëren van een stabiel opvoedklimaat en het ondersteunen van [de minderjarige] in zijn emotieregulatie en ontwikkeling. Het is de verwachting dat VUHP eind augustus kan starten. In de tussenliggende periode zal er ondersteuning beschikbaar zijn van Jeugdformaat en zullen er voorbereidende gesprekken plaatsvinden. De inzet van VUHP is van belang om zicht te krijgen op de veiligheid van de thuissituatie. Daarnaast zal het NIKA-traject worden opgestart, wordt gezinsvertegenwoordiging ingezet en ontvangt [de minderjarige] individuele hulpverlening waaronder Slapende Honden Wakker Maken (SHWM). De gecertificeerde instelling vindt het wenselijk dat er een jongerencoach wordt ingezet voor [de minderjarige] en zal onderzoeken wat de reeds betrokken begeleider van Maatwerk hierin kan betekenen. Ten aanzien van de individuele hulpverlening van de ouders geeft de gecertificeerde instelling aan dat de vader dit heeft afgerond en dat de moeder kortgeleden is gestart met haar traject.
4.De standpunten
5.De beoordeling
6.De beslissing
voorlopigtot 17 december 2026 – met wijziging in zoverre van de beschikking van 18 november 2022 van de rechtbank – dat de regie voor de invulling van de zorgregeling bij de gecertificeerde instelling wordt gelegd;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.