ECLI:NL:RBDHA:2026:19731

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
C/09/705106 / JE RK 26-825
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De rechtbank Den Haag behandelde op 16 juni 2026 het verzoek van Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2011 en 2015. De kinderen wonen bij hun moeder die het ouderlijk gezag heeft, met een omgangsregeling voor de andere moeder. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 23 juni 2026.

De gecertificeerde instelling lichtte toe dat ondanks medewerking van beide moeders aan hulpverlening, er nog steeds ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen. De jongste gaat slechts drie dagen per week naar school, wat zorgelijk is voor zijn ontwikkeling. Er is noodzaak voor behandeling via Youz en ondersteuning door FamilySupporters. Een overdracht naar het vrijwillig kader is nog niet mogelijk vanwege het ontbreken van een regievoerder.

De kinderrechter concludeerde dat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en dat vrijwillige hulpverlening zonder regievoerder onvoldoende is. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer blijft noodzakelijk om stagnering van hulpverlening te voorkomen en de kinderen zo snel mogelijk de juiste behandeling te bieden. Daarom werd de ondertoezichtstelling verlengd tot 23 december 2026 en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot 23 december 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/705106 / JE RK 26-825
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder 1],
hierna te noemen: [de moeder 1] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de moeder 2],
hierna te noemen: [de moeder 2] ,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026;
- het bericht van de gecertificeerde instelling met bijlage van 15 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] namens de gecertificeerde instelling;
  • [de moeder 1] via telefonische verbinding;
  • [de moeder 2] .
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn erkend door [de moeder 2] .
2.2.
[de moeder 1] is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.3.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij [de moeder 1] en hebben een omgangsregeling met [de moeder 2] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 september 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 23 juni 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek ter zitting als volgt nader toegelicht. Beide moeders werken goed mee aan de hulpverlening en zetten zich in. De gecertificeerde instelling heeft wel nog steeds zorgen over de kinderen. FamilySupporters is gestart bij [de moeder 1] en zal starten bij [de moeder 2] . Naast de inzet van FamilySupporters is behandeling vanuit Youz voor de kinderen noodzakelijk. Zij zijn hiervoor aangemeld. Een overdracht naar het vrijwillig kader is niet mogelijk totdat er een regievoerder beschikbaar is bij Kracht, omdat het gezin anders opnieuw tussen wal en schip zal vallen. Het is onduidelijk hoe lang het gezin hiervoor op de wachtlijst moet staan. Zodra er een regievoerder in het vrijwillig kader beschikbaar is, is het van belang dat er een warme overdracht plaats zal vinden.

4.De standpunten

4.1.
[de moeder 1] staat achter het verzoek. De kinderen hebben hulp nodig en het is een uitdaging om de juiste hulp te vinden. [de moeder 1] wil voorkomen dat bij het ontbreken van een jeugdbeschermer het gezin in een gat valt. Zij wil graag hulpverlening bij het naar school krijgen van de kinderen. [de minderjarige 2] gaat nu drie dagen naar school, om de druk bij hem te verminderen. [de moeder 1] zou graag willen dat de kinderen behandeld worden bij Youz. [de moeder 1] heeft zelf een begeleider van Impegno die haar helpt met praktische zaken en adviseert. [de moeder 1] is nog niet begonnen met behandeling voor zichzelf door de intensieve zorg die de kinderen van haar vergen, maar staat hier wel voor open.
4.2.
[de moeder 2] staat achter het verzoek. Het gezin heeft goede stappen gezet, maar er is nog veel werk aan de winkel en [de moeder 2] staat achter de voorgestelde hulpverlening. [de moeder 2] vindt het jammer dat [de minderjarige 2] nu nog maar drie dagen per week naar school toegaat, terwijl de schoolgang best goed ging toen hij bij [de moeder 2] woonde.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Beide kinderen hebben kind eigen problematiek. [de minderjarige 1] gaat hierdoor al jaren niet naar school en ook [de minderjarige 2] gaat sinds kort nog maar drie dagen per week naar school. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, omdat school hem de regelmaat, structuur en cognitieve uitdaging kan bieden die hij nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen. Het is noodzakelijk dat de kinderen de juiste behandeling krijgen en dat beide moeders geholpen worden om zo goed mogelijk bij hen aan te kunnen sluiten. Positief is dat FamilySupporters in het gezin is begonnen om de opvoedkwaliteiten van beide moeders te versterken. Beide moeders zij bereid om hulpverlening te accepteren, maar de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen kan onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening zonder betrokkenheid van een regievoerder in het vrijwillig kader. Tot dat er een regievoerder beschikbaar is, blijft het van belang dat de jeugdbeschermer betrokken blijft. Het is van belang dat de gecertificeerde instelling regie blijft voeren over de noodzakelijk hulpverlening in het gezin en met beide moeders mee blijft denken over het nemen van beslissingen in het belang van de kinderen. Voorkomen moet worden dat de hulpverlening opnieuw stagneert, terwijl het gelet op de leeftijd van de kinderen juist belangrijk is dat zij zo snel mogelijk de juiste behandeling en begeleiding krijgen. Indien dit langer duurt, wordt een hervatting van de schoolgang van beide kinderen steeds lastiger.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 23 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. J.M.J. Keltjens, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.