ECLI:NL:RBDHA:2026:19792

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juli 2026
Publicatiedatum
17 juli 2026
Zaaknummer
K/4502/12125470
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.M. de Kort
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:224 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhuurder moet borg volledig terugbetalen na correcte oplevering gehuurde

De zaak betreft een geschil over de terugbetaling van een borgsom van €1.000 die de huurder aan verhuurder The Startup House B.V. betaalde bij aanvang van de huur van een woning. Na beëindiging van de huur heeft de verhuurder slechts €700 terugbetaald, met een verrekening van €300 wegens vermeende schade.

De huurder vordert betaling van het resterende bedrag, stellende dat hij het gehuurde in oorspronkelijke staat heeft opgeleverd. De verhuurder betwist dit en wijst op beschadigingen aan de badkamerdeur en muren, waarvoor herstelkosten zijn gemaakt.

De kantonrechter oordeelt dat de verhuurder niet heeft bewezen dat de schade tijdens de huurperiode is ontstaan. Het inspectierapport is niet als beschrijving van de staat bij aanvang aan te merken, en het bewijs van schade is onvoldoende. De huurder heeft het gehuurde conform artikel 7:224 BW Pro correct opgeleverd.

De vordering tot terugbetaling van de borg wordt daarom toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 1 december 2025. De verhuurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De verhuurder moet de borg van €300 volledig terugbetalen met rente en proceskosten aan de huurder.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
RK/b
Zaaknummer: 12125470 \ RR FORM 26-17
Vonnis van 14 juli 2026 in de procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eisende partij],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. E.M. Prins,
tegen
THE STARTUP HOUSE B.V.,
te Assen,
gedaagde partij,
hierna te noemen: The Startup House,
procederend bij A. De Roo.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of verhuurder The Startup House de door huurder [eisende partij] betaalde borg na het eindigen van de huur volledig moet terugbetalen, of gedeeltelijk mag verrekenen met een tegenvordering op [eisende partij] . De kantonrechter wijst de vordering van [eisende partij] tot terugbetaling van de borg toe. The Startup House heeft niet het recht om een gedeelte van de betaalde borg in te houden, aangezien [eisende partij] het gehuurde aan het eind van de huurperiode in oorspronkelijke staat heeft opgeleverd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het aanvraagformulier voor de regelrechter van [eisende partij] met bijlagen 1 tot en met 7
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- het reactieformulier van The Startup House met bijlagen 1 tot en met 4
- drie aanvullende bijlagen van de zijde van [eisende partij] .
1.2.
Op 2 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eisende partij] is in persoon verschenen, vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. The Startup House was niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen van de mondelinge behandeling gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
The Startup House verhuurde met ingang van 1 juni 2023 de woning aan de [adres] (hierna: het gehuurde) aan [eisende partij] en zijn medehuurders. Op de huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van The Startup House van toepassing. [eisende partij] heeft bij aanvang van de huur € 1.000 borg betaald aan The Startup House.
2.2.
De huur is geëindigd en [eisende partij] heeft het gehuurde op 30 september 2025 opgeleverd. The Startup House heeft € 700 aan borg aan [eisende partij] terugbetaald.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert - samengevat - veroordeling van The Startup House tot betaling van € 300, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[eisende partij] legt aan de vordering ten grondslag dat The Startup House de betaalde borg aan het einde van de huurperiode volledig aan hem moest terugbetalen.
3.3.
The Startup House voert verweer. The Startup House concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisende partij] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisende partij] , met veroordeling van [eisende partij] in de kosten van deze procedure.
3.4.
The Startup House voert het volgende aan. [eisende partij] heeft het gehuurde niet in oorspronkelijke staat opgeleverd: bij oplevering zat er (een slecht afgewerkte reparatie van) een gat in de deur van de badkamer, was de muur in zijn slaapkamer beschadigd (door achtergebleven pluggen en gaten met plamuur- en vuilresten) en was de muur in de gang beschadigd. The Startup House heeft kosten gemaakt voor herstel, die zij verrekent met de borg.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De verplichting van The Startup House om de borg die [eisende partij] aan het begin van zijn huurperiode heeft betaald na het einde van de huurperiode terug te betalen staat op zichzelf niet ter discussie. Deze procedure draait om de vraag of The Startup House een vordering op [eisende partij] heeft die zij met de borg mag verrekenen. Daarvoor moet The Startup House stellen en zo nodig bewijzen dat [eisende partij] is tekortgeschoten in een verplichting en dat The Startup House daardoor schade heeft geleden. Daar slaagt zij niet in. De kantonrechter licht dit als volgt toe.
[eisende partij] heeft het gehuurde correct opgeleverd
4.2.
[eisende partij] is op grond van artikel 7:224 van Pro het Burgerlijk Wetboek verplicht om het gehuurde bij het einde van de huur op te leveren. Dat moet – afgezien van slijtage bij normaal gebruik – in oorspronkelijke staat.
4.3.
Als bij aanvang van de huur geen beschrijving is opgemaakt van het gehuurde, wordt verondersteld dat de toestand bij oplevering hetzelfde was als bij aanvang van de huur. [1] Dat is hier het geval.
4.4.
The Startup House heeft weliswaar een inspectierapport overgelegd, maar dat document geldt niet als een beschrijving van het gehuurde
bij aanvangvan de huur. Het rapport vermeldt namelijk als inspectiedatum 20 juni 2023, terwijl de huurperiode startte op 1 juni 2023. Volgens [eisende partij] weergeeft het rapport niet de situatie zoals die was bij aanvang van de huur: het rapport bevat foto’s die al vóór de aanvang van de huur door een vorige huurder zijn gemaakt en het rapport vermeldt niet dat de kamer van [eisende partij] werd opgeleverd met daarin achtergebleven afval en met schimmel op de muren. Er is volgens [eisende partij] nooit iemand langsgekomen om de staat van het gehuurde te inspecteren.
4.5.
De kantonrechter merkt verder op dat een beschrijving van het gehuurde
tussen huurder en verhuurdermoet zijn opgemaakt. Ook daarvan is geen sprake. [eisende partij] is niet betrokken geweest bij het opstellen van het rapport. Daarnaast zijn de omschrijvingen in het rapport (namelijk “good” en “in good and clean condition”) onvoldoende concreet en nauwkeurig om daaruit af te leiden in welke staat [eisende partij] het gehuurde heeft aanvaard. [2]
4.6.
Omdat het rapport niet geldt als een beschrijving van het gehuurde bij aanvang van de huur, veronderstelt de kantonrechter dat [eisende partij] het gehuurde heeft opgeleverd zoals het was bij aanvang van de huur. The Startup House is er niet in geslaagd omstandigheden aan te voeren waaruit blijkt dat de gestelde beschadigingen wél na aanvang van de huurperiode zijn ontstaan. Daarover het volgende.
4.7.
The Startup House heeft als ‘bewijsstuk 1’ twee foto’s overgelegd met de omschrijving “gat in de badkamerdeur”. Daarop is een beschadiging te zien. [eisende partij] heeft ter zitting een filmpje laten zien dat is gemaakt op 6 juni 2023, de dag waarop [eisende partij] naar het gehuurde verhuisde. Op minuut 1:12 van het filmpje is dezelfde beschadiging te zien als op de foto’s van The Startup House. De kantonrechter leidt hieruit af dat de beschadiging aan de badkamerdeur niet is ontstaan tijdens de periode dat [eisende partij] huurder was, maar daarvoor al aanwezig was.
4.8.
[eisende partij] heeft onweersproken verklaard dat hij met de gestelde beschadigingen aan de muren (van de kamer van [eisende partij] en van de gemeenschappelijke gang) niet bekend is. De foto die The Startup House heeft overgelegd als ‘bewijsstuk 2’ herkent [eisende partij] niet als zijn kamer: op die foto is een streep op de muur te zien en op de muren van zijn kamer stonden geen strepen. In de gang hing in de periode dat [eisende partij] in het gehuurde woonde alleen een vlag die met tape was opgehangen. [eisende partij] en zijn huisgenoten hebben niet in de muur geboord.
4.9.
Ter onderbouwing van haar standpunt heeft The Startup House verder aangevoerd dat zij bij aanvang van de huur op verzoek van [eisende partij] enkele herstellingen heeft laten uitvoeren, waarna het gehuurde in nette staat verkeerde. Het ging om werkzaamheden aan plinten en een deurhendel. Ter zitting heeft [eisende partij] uitgelegd dat zijn verzoek om herstel alleen zag op zijn eigen kamer. De gemeenschappelijke ruimten waren voor hem minder belangrijk, daarom heeft hij niet (ook) gevraagd om de badkamerdeur te repareren. Volgens [eisende partij] was The Startup House toen al bekend met de beschadiging aan de badkamerdeur, doordat zijn huisgenoot daarover contact had opgenomen.
4.10.
Op grond van het voorgaande is niet vast komen te staan dat [eisende partij] het gehuurde in een andere staat heeft opgeleverd dan de oorspronkelijke staat. De kantonrechter oordeelt dat [eisende partij] niet is tekortgeschoten in een verplichting tegenover The Startup House. Het beroep op verrekening slaagt daarom niet en de vordering van [eisende partij] wordt toegewezen. De vraag of The Startup House schade heeft geleden, kan in het midden blijven.
Rente
4.11.
[eisende partij] vordert rente vanaf het moment waarop de borg had moeten worden terugbetaald. Op grond van artikel 10.3 van de toepasselijke algemene voorwaarden is dat zo snel mogelijk binnen twee maanden na het einde van de huur. De huur is geëindigd op 30 september 2025, waardoor The Startup House de borg uiterlijk moest terugbetalen op 30 november 2025. De rente wordt vanaf die datum toegewezen.
Proceskosten
4.12.
The Startup House is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen
.De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
43,50
Totaal
310,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt The Startup House om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 december 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt The Startup House in de proceskosten van € 310,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. de Kort en in het openbaar uitgesproken op14 juli 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:224 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 24 februari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:601, r.o. 3.7; Hof Den Haag 3 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1842.