ECLI:NL:RBDHA:2026:19806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel bij grensdetentie afgewezen
Eiser, een Ghanese asielzoeker, arriveerde op 16 juni 2026 op Schiphol en vroeg diezelfde dag asiel aan. Na vaststelling van Dublin-aanknopingspunten werd zijn asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht. Vervolgens werd op 7 juli 2026 de toegang tot Nederland geweigerd en een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd wegens onderduikrisico.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet in het bezit was van een geldig visum, niet over voldoende middelen beschikte en geen vaste woon- of verblijfplaats had. Deze feiten werden niet betwist en rechtvaardigen de maatregelen. De rechtbank ziet geen onrechtmatigheid in de besluiten en verklaart de beroepen ongegrond.
Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen de uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen de gestelde termijnen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.