ECLI:NL:RBDHA:2026:19816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. Wilts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beslissing op beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het beroep op 4 juni 2026 behandeld en op 17 juli 2026 uitspraak gedaan. Omdat op het beroep reeds is beslist, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier en is openbaar bekendgemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds is beslist.