ECLI:NL:RBDHA:2026:1984

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL25.31682
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in gezinsherenigingszaak

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin haar bezwaarschrift tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging ongegrond werd verklaard.

Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter overweegt dat bij een eerdere uitspraak op hetzelfde beroep (zaaknummer NL25.31681) reeds een beslissing is genomen, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Tevens is niet gebleken dat het verzuim van verzoekster om tijdig gronden in te dienen verschoonbaar is, waardoor het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31682

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W. Hoebba),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder bepaald dat het bezwaarschrift van verzoekster tegen de afwijzing van de verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging ongegrond wordt verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.31681, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 februari 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.