ECLI:NL:RBDHA:2026:1985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdig indienen beroepsgronden in gezinsherenigingszaak
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin haar bezwaarschrift tegen de afwijzing van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift geen gronden bevatte, waardoor eiseres werd verzocht deze alsnog binnen vier weken in te dienen. Eiseres heeft hier niet aan voldaan. Vervolgens is haar een extra termijn gegeven om te verklaren waarom geen gronden waren ingediend en of het verzuim verschoonbaar was. Ondanks meerdere verzoeken en communicatie over de gemachtigde, heeft eiseres niet tijdig gereageerd.
De rechtbank oordeelde dat het verzuim niet verschoonbaar was en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier R. de Mul en openbaar gemaakt op 5 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden en het ontbreken van een verschoonbare reden voor het verzuim.