Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
€ 934 (negenhonderdvierendertig euro).
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker werd bij besluit van 19 mei 2025 verplicht Nederland en het EU-gebied te verlaten en terug te keren naar Servië. Tegen dit besluit stelde verzoeker op 23 mei 2025 beroep in. De minister van Asiel en Migratie trok het besluit op 30 september 2025 in en bood uit eigen beweging aan de proceskosten te vergoeden. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om veroordeling van de minister tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 8:75a van de Awb, in combinatie met vaste jurisprudentie, het aanbod van de minister inhoudt dat deze aan verzoeker is tegemoetgekomen. Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De proceskosten werden vastgesteld op € 934, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepsmatige rechtsbijstand. Daarnaast wees de rechtbank erop dat de minister verplicht is het griffierecht van € 194 te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot de minister moet wenden.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem op 5 februari 2026 en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker na intrekking van het vreemdelingenbesluit.