ECLI:NL:RBDHA:2026:1995

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 januari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
C/09/698254 / FA RK 26-686
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken ontregeling en vrijwillige zorg mogelijk

De rechtbank Den Haag behandelde op 26 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 2013. Betrokkene verbleef in een zorgaccommodatie en werd vertegenwoordigd door een advocaat.

Tijdens de zitting werden betrokkene, zijn advocaat, een psychiater, een sociotherapeut, een coassistent en de vader van betrokkene gehoord. De psychiater verklaarde dat er geen acute psychiatrische ontregeling was en dat de opname niet doelmatig was. Betrokkene gaf aan het verblijf prettig te vinden en wilde vrijwillig blijven.

De rechtbank concludeerde dat de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel niet waren vervuld, omdat geen ontregeling meer aanwezig was en de benodigde zorg op vrijwillige basis kon worden geboden. Daarom wees de rechtbank het verzoek af.

De beschikking werd uitgesproken door rechter H.J.M. Bellekom en griffier S.H. Chang op 26 januari 2026, met schriftelijke vaststelling op 6 februari 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen omdat geen sprake is van een ontregeling en zorg op vrijwillige basis kan worden geboden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698254 / FA RK 26-686
Datum beschikking: 26 januari 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 23 januari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. M.G. Eckhardt te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 22 januari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente ‘s-Gravenhage tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 22 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een brief van de officier van justitie van 23 januari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 januari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. M.G. van Wijk, waarnemend voor zijn advocaat;
- de arts, [naam 2] ;
- de sociotherapeut, [naam 3] ;
- de coassistent, [naam 4] ;
- de vader van betrokkene (telefonisch).
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij van mening is dat de crisismaatregel niet voortgezet hoeft te worden. Hij vindt het goed om nog even te blijven, maar wil dit zonder verplichte titel en op vrijwillige basis doen. Betrokkene geeft aan dat hij het naar zijn zin heeft in de huidige accommodatie en niet eens van plan is weg te lopen. De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek, gelet op de toelichting van de arts. Er is volgens de advocaat niet voldaan aan alle wettelijke vereisten.
De arts pleit tijdens de zitting voor een afwijzing van het verzoek. Betrokkene is sinds vrijdag opgenomen en het weekend is goed verlopen. Hoewel hij wat sturing nodig heeft, kan hij zich goed vermaken en zijn er geen woedeaanvallen of suïcidale uitspraken geweest. Er wordt geen acute psychiatrische ontregeling waargenomen, wat de opname ook niet doelmatig maakt. Er zal een passende plek voor hem worden gevonden.

Beoordeling

Uit de toelichtingen ter zitting en de geschetste huidige stand van zaken leidt de rechtbank af dat er geen sprake (meer) is van een ontregeling in het kader van een psychische stoornis. Ook kan de zorg die betrokkene nodig heeft op vrijwillige basis worden geboden, waardoor verplichte zorg nu niet noodzakelijk is.

Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door S.H. Chang als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 januari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 6 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.