ECLI:NL:RBDHA:2026:1999

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
6 februari 2026
Zaaknummer
NL25.50019
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 28 Vw 2000Art. 30b Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering risico terugkeer Venezuela

Eiseres, van Venezolaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister op 8 oktober 2025 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 30 januari 2026 en oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.

De rechtbank beoordeelde de geloofwaardigheid van de verklaringen over problemen met een vrouw uit de wijkraad en concludeerde dat de minister terecht vond dat deze onvoldoende concreet waren. Ook de minister's oordeel dat de politieke overtuiging van eiseres niet sterk genoeg is om een gegronde vrees voor vervolging te rechtvaardigen, wordt door de rechtbank als voldoende gemotiveerd beschouwd.

Echter, de minister heeft onvoldoende rekening gehouden met de actuele situatie in Venezuela na de afkondiging van de noodtoestand op 3 januari 2026, waarbij onder meer demonstratierecht is opgeschort en politie en leger meer controle uitoefenen. De rechtbank acht de motivering van de minister hierover onvoldoende concreet en vernietigt het bestreden besluit. De minister wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, en eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €1.868,-.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering over het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Venezuela.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.50019

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

geboren op [geboortedatum] ,
van Venezolaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. C.H. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven omdat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 van Pro het EVRM [2] . Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 8 oktober 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij in Venezuela aan één mars en twee demonstraties heeft deelgenomen en als gevolg daarvan problemen heeft ondervonden met [naam 2] , een vrouw die werkzaam was voor de wijkraad en wist dat eisers en haar moeder hadden deelgenomen aan de demonstraties. [naam 2] heeft meermaals aangegeven aan de politie door te zullen geven dat ze eiseres en haar moeder bij de demonstraties heeft gezien. Eiseres vreest bij terugkeer alsnog te zullen worden opgepakt en in de gevangenis te belanden wegens deelname aan de demonstraties.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Deelname aan één mars en twee demonstraties vanwege haar politieke overtuiging en de problemen als gevolg daarvan met [naam 2] uit de wijkraad.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres en de deelname aan de mars en demonstraties vanwege haar politieke overtuiging geloofwaardig. De problemen die eiseres als gevolg van de mars en demonstraties met [naam 2] van de wijkraad heeft gehad, acht de minister niet geloofwaardig. De minister heeft daaraan ten grondslag gelegd dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, onder c en d, van de Vw 2000. Uit de geloofwaardige asielmotieven blijkt volgens de minister geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade. De minister acht hierbij van belang dat eiseres in Venezuela niet eerder problemen heeft ondervonden als gevolg van haar deelname aan de mars en demonstraties. Bovendien heeft eiseres legaal kunnen uitreizen. Verder acht de minister het gelet op de verklaringen om toekomstige politieke uitingen, alsook de omstandigheid dat de politieke overtuiging van eiseres slechts van beperkte sterkte is, het ook niet aannemelijk dat zij bij terugkeer uiting zal geven aan haar politieke overtuiging en als gevolg hiervan problemen zal ervaren. Omdat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dit mogelijk was, heeft de minister de asielaanvraag kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw 2000.
Heeft de minister de problemen met [naam 2] uit de wijkraad ten onrechte niet geloofwaardig geacht?
5. Eiseres voert aan dat de informatie die zij heeft gegeven over [naam 2] en haar rol in de wijk overeenkomt met de algemene landeninformatie over spionnen. Zo heeft eiseres aangegeven dat [naam 2] behoorde tot de wijkraad, dat zij voedselpakketten uitdeelde in de wijk en dat zij buurtbewoners in de gaten hield en verraadde.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van eisers over de problemen met [naam 2] geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De minister heeft hierbij terecht overwogen dat eiseres slechts summier heeft verklaard over de rol die [naam 2] vervult en de werkzaamheden die zij vanuit die rol uitvoert. Ook heeft eiseres summier verklaard over de mogelijke problemen die zij als gevolg van de werkzaamheden van [naam 2] zou ervaren. De minister heeft in dit kader ook kunnen betrekken dat niet is gebleken dat eiseres en haar moeder problemen met de autoriteiten hebben ondervonden na hun deelname aan de mars en de demonstraties. De enkele verwijzing naar de algemene landeninformatie over spionnen is onvoldoende om anders te oordelen. Eiseres heeft onvoldoende concreet gemaakt in hoeverre uit deze informatie kan worden afgeleid dat zij problemen zal ervaren met [naam 2] . De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft de minister mogen oordelen dat eiseres geen gegronde vrees voor vervolging heeft omdat haar politieke overtuiging niet sterk genoeg zou zijn?
6. Eiseres voert aan dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat haar politieke overtuiging onvoldoende sterk zou zijn. In dit kader heeft de minister ten onrechte aan haar tegengeworpen dat ze voor 2024 niet politieke actief is geweest, nu dit gelet op haar leeftijd ook niet van haar verwacht kon worden. Ook wil het feit dat zij op uitnodiging van haar moeder is meegegaan naar de demonstraties niet zeggen dat zij zich niet zelf politiek heeft ontwikkeld of dat zij uiteindelijk niet zelf zou besluiten om te demonstreren. Verder wijst eiseres op informatiebericht (IB) 2024/10 waaruit volgt dat niet meer mag worden verwacht dat de politieke opinie fundamenteel of diepgeworteld is. Gelet hierop heeft de minister ook ten onrechte aan eiseres tegengeworpen dat zij tijdens het gehoor niet kon aangeven hoe de politieke partij van Maria Corina heet, wat de directe aanleiding van de demonstraties was en waarom de familie uit de buurt gearresteerd is. Bovendien heeft eiseres het nader gehoor afgelegd terwijl zij in een rouwproces zat, weinig had geslapen en zenuwachtig was. Het is daarom niet bevreemdend dat zij de politieke partij en de directe aanleiding voor de demonstraties niet kon benoemen. Ook heeft de minister ten onrechte tegengeworpen dat zij na haar vertrek uit Venezuela niet meer politiek actief is geweest en dat dit iets zegt over haar politieke overtuiging. Daarbij lijkt de minister ook niet te hebben meegewogen dat eiseres recent haar moeder is verloren en zich in een vreemd land bevindt met een onzekere toekomst. Dat ze momenteel andere dingen aan haar hoofd heeft dan zich politiek uiten, wil niets zeggen over haar politieke overtuiging.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat eiseres een politieke overtuiging heeft. In dat kader heeft de minister dan ook niet betrokken dat de politieke overtuiging van eiseres onvoldoende fundamenteel of diepgeworteld zou zijn. De minister heeft in het kader van de zwaarwegendheid wel betrokken dat de politieke overtuiging van eiseres niet zo sterk is. De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom er in het geval van eiseres niet is gebleken dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Ook in dit kader heeft de minister terecht betrokken dat niet is gebleken dat eiseres problemen heeft ondervonden met de autoriteiten vanwege haar deelname aan de mars en demonstraties. Dit wordt ondersteund door het feit dat zij legaal heeft kunnen uitreizen. Verder heeft de minister terecht betrokken dat eiseres slechts aan een mars en twee demonstraties heeft deelgenomen en eiseres buiten deze activiteiten nooit meer politiek actief is geweest of haar mening heeft uitgesproken. Gelet hierop en gelet op de verklaringen van eiseres over haar toekomstige politieke uitingen heeft de minister terecht geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat eiseres bij terugkeer uiting zal geven aan haar politieke overtuiging en als gevolg daarvan problemen zal krijgen. De rechtbank begrijpt dat eiseres mogelijk vermoeid of emotioneel is geweest tijdens het nader gehoor en dat zij ook op dit moment andere dingen aan haar hoofd heeft dan zich politiek te uiten. De minister heeft zich echter terecht op het standpunt gesteld dat voorafgaand aan het nader gehoor een medisch advies is gevraagd en dat niet is gebleken dat onvoldoende rekening is gehouden met dit advies.
Heeft de minister terecht geoordeeld dat eiseres bij terugkeer naar Venezuela geen risico loopt op behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM gelet op de actuele situatie?
7. Eiseres voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij bij terugkeer naar Venezuela geen risico zal lopen op behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het EVRM. Eiseres voert hiertoe onder andere aan dat de veiligheids- en humanitaire situatie in Venezuela na de Amerikaanse missie op 3 januari 2026 zodanig is gewijzigd dat het bestreden besluit zonder nadere motivering geen stand kan houden. Eiseres wijst op verschillende nieuwsberichten en het reisadvies van het ministerie van buitenlandse zaken over Venezuela.
7.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat gelet op de beschikbare informatie blijkt dat sinds 3 januari 2026 de noodtoestand van kracht is in Venezuela. Via een decreet werd de politie onder meer opgedragen om “onmiddellijk in het hele nationale grondgebied op zoek te gaan naar en iedereen te arresten die betrokken is bij het bevorderen of steunen van de gewapende aanval van de Verenigde Staten op het grondgebied van de Republiek”. Ook is het recht om te demonstreren opgeschort en zijn er brede beperkingen opgelegd met betrekking tot bewegingsvrijheid en het recht op bijeenkomen van burgers. De minister meent dat hieruit niet volgt dat er sprake is van een significante verslechtering in de behandeling van politiek actieve personen.
7.2.
De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar Venezuela geen reëel risico loopt op ernstige schade. Uit de door eiseres overgelegde informatie blijkt dat de huidige situatie in Venezuela erg onzeker is. De rechtbank acht de aanvullende motivering van de minister in het verweerschrift onvoldoende concreet en volledig om op basis daarvan te concluderen dat er voor eiseres gelet op haar politieke overtuiging geen risico bestaat op schending van artikel 3 van Pro het EVRM. Bovendien blijkt uit deze informatie ook dat als gevolg van de afgekondigde noodtoestand meer politie, leger en
collectivosop straat aanwezig zijn en dat er
checkpointszijn ingesteld waar mensen worden gefouilleerd en wordt gecontroleerd of zij online berichten hebben geplaatst over de militaire actie van de Verenigde Staten. Gelet hierop is het beroep gegrond.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eisers met inachtneming van deze uitspraak.
8.1.
Omdat het beroep gegrond is, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking.
8.2.
Eiseres krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze kosten stelt de rechtbank, op grond van het besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, vast op
€ 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 1). Verder zijn er geen kosten die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 8 oktober 2025;
- draagt de minister op om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid
van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaargemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden.