ECLI:NL:RBDHA:2026:2000
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag familie- en gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM
Eisers, een moeder en haar minderjarige zoon met de Syrische nationaliteit, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om in Nederland bij hun familielid (referente) te verblijven. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af omdat er geen sprake zou zijn van familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Eisers maakten bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat eiseres niet voldoet aan het jongvolwassenenbeleid, omdat zij sinds 2016 niet meer in gezinsverband met haar ouders samenwoont en een zelfstandig gezin heeft gevormd. Ook de emotionele afhankelijkheid tussen eiseres en referente werd niet als bijkomend element van afhankelijkheid erkend, omdat eiseres zichzelf en haar kind zelfstandig kan handhaven.
Voor de minderjarige zoon werd vastgesteld dat er geen hechte persoonlijke banden met referente zijn aangetoond. De rechtbank concludeerde dat er geen familie- of gezinsleven bestaat tussen eisers en referente en verklaarde het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van familie- of gezinsleven tussen eisers en referente.