Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
16 oktober 2025 heeft de minister het bezwaar gegrond verklaard en de verblijfsvergunning aan eiseres verleend met ingang van 24 september 2025.
Beoordeling door de rechtbank
24 september 2025 voldeed aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning. In aanloop naar de hoorzitting heeft eiseres een Best Interests of the Child-Assessment overgelegd. Volgens de minister voldeed eiseres aan de voorwaarden nadat zij dit rapport heeft overgelegd en tijdens de hoorzitting een nadere toelichting heeft gegeven op haar rol bij de behandeling van haar zoon voor zijn psychische klachten, hoe die rol bijdraagt aan het succes van de behandeling en de afhankelijkheid tussen hen. De feiten die eiseres aan haar aanvraag ten grondslag heeft gelegd waren naar het oordeel van de minister nog onvoldoende om aan de voorwaarden te voldoen. De minister heeft de aanvraag daarom met het primaire besluit van 2 mei 2024 afgewezen.
2 mei 2024 niet is herroepen vanwege een aan hem te wijten onrechtmatigheid. In de bezwaarfase zijn namelijk feiten en omstandigheden bekend geworden waardoor tot een ander besluit is gekomen en het primaire besluit is herroepen. Het primaire besluit is daarom niet herroepen vanwege een aan de minister te wijten onrechtmatigheid. Gelet op het oordeel van de rechtbank in overweging 10 van deze uitspraak kan deze redenering van de minister geen stand houden en is wel degelijk sprake van een aan de minister te wijten onrechtmatigheid zoals bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De minister zal daarom alsnog de kosten van het bezwaar aan eiseres moeten vergoeden.
Conclusie en gevolgen
24 september 2025. Omdat de rechtbank het hem voorgelegde geschil zoveel mogelijk definitief beslecht [4] neemt de rechtbank nu zelf een beslissing [5] en bepaalt dat de verblijfsvergunning aan eiseres wordt verleend met als ingangsdatum 28 oktober 2023.
Beslissing
28 oktober 2023 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
mr.B.J. van Rossum, griffier.