ECLI:NL:RBDHA:2026:20017

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL25.28068
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij uitstel van vertrek vreemdeling

Verzoekster heeft op 15 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek op 24 juni 2025 afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de minister handhaafde de afwijzing bij besluit van 18 november 2025.

Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank. Tijdens de behandeling van het beroep heeft verzoekster tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 7 mei 2026 behandeld, waarbij partijen zich afgemeld hebben voor de zitting.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank bij uitspraak van 8 juni 2026 op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28068

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster

(gemachtigde: mr. J.A. Pieters),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. Sweerts).

Procesverloop

Verzoekster heeft op 15 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 juni 2025 afgewezen.
Verzoekster heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Met het bestreden besluit van 18 november 2025 op het bezwaar van verzoekster is de minister bij de afwijzing gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening geldt daarom als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep NL25.53511, op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.53511, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Dijksterhuis, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 8 juni 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.