ECLI:NL:RBDHA:2026:20033

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.4531
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na beroep

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 20 januari 2026 in de algemene procedure als kennelijk ongegrond is afgewezen. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 27 mei 2026. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was. Op 17 juni 2026 deed de voorzieningenrechter uitspraak.

De voorzieningenrechter oordeelde dat een voorlopige voorziening niet meer nodig was omdat de rechtbank op die dag uitspraak deed in de hoofdzaak. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.4531

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. F. Lavell),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Procesverloop

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 20 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van NL26.4530, op 27 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Verzoeker en de gemachtigde van verzoeker zijn – met bericht voorafgaand aan de zitting – niet verschenen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.4530, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 17 juni 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.