ECLI:NL:RBDHA:2026:20034

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.6284
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 30 januari 2026 in de algemene procedure is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 mei 2026 samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL26.6283). Tijdens de zitting waren de gemachtigden van beide partijen aanwezig, terwijl verzoeker en tolk telefonisch deelnamen.

Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak heeft de rechtbank uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Fijnheer en griffier F.J. Attema op 17 juni 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.6284

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. J. Willems).

Procesverloop

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 30 januari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van NL26.6283, op 27 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder. Verzoeker en de tolk hebben telefonisch deelgenomen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.6283, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F.J. Attema, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 17 juni 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.