ECLI:NL:RBDHA:2026:20035

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL25.42737, NL25.42739 en NL25.42741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaken wegens vervallen noodzaak

Verzoekers hebben tegen de besluiten van 28 augustus 2025, waarbij hun asielaanvragen als kennelijk ongegrond zijn afgewezen, beroepen ingesteld en tegelijkertijd voorlopige voorzieningen gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.

Tegelijkertijd heeft de rechtbank op dezelfde dag uitspraak gedaan op de beroepen zelf, waardoor de noodzaak voor voorlopige voorzieningen is komen te vervallen. Om die reden wijst de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en openbaar gemaakt op 15 juli 2026.

Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op de beroepen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.42737, NL25.42739 en NL25.42741

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[verzoeker] , verzoeker, [verzoekster 1] , verzoekster 1,

[verzoekster 2], verzoekster 2,
hierna samen: verzoekers
V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] en [V-nummer 3]
(gemachtigde: mr. K.S. Kort),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij de besluiten van 28 augustus 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers, NL25.42736, NL25.42738 en NL25.42740, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorlopige voorzieningen zijn daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 15 juli 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.