ECLI:NL:RBDHA:2026:2004
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid relatieproblemen en kennelijk ongegrondheid
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege problemen die hij zou ondervinden door een verboden relatie met een vrouw uit Marokko. Hij stelde dat hij door haar familie was mishandeld en vreest voor zijn veiligheid bij terugkeer.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser onvoldoende bewijs leverde en zijn verhaal niet samenhangend en aannemelijk was. Ook werd het niet tijdig indienen van de aanvraag als een bezwaar gezien.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de geloofwaardigheid van de relatieproblemen in twijfel trok, mede vanwege het ontbreken van documenten en tegenstrijdigheden in het verhaal. De rechtbank vond dat de minister de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond kon afwijzen en dat het opgelegde inreisverbod terecht was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De rechtbank wees ook proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.