ECLI:NL:RBDHA:2026:20041
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitstel van vertrek op medische gronden na BMA-advies bevestigd
Eiseres, een Afghaanse vrouw, vroeg uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege ernstige psychische klachten. De minister wees haar aanvraag af op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) uit november 2024, waarin werd geconcludeerd dat zij onder voorwaarden kan reizen en geen medische noodsituatie te verwachten is.
Eiseres voerde aan dat het BMA-advies verouderd is en dat gedwongen terugkeer tot een verslechtering van haar gezondheid zou leiden, in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest. Ook stelde zij dat terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk niet meer mogelijk is en dat haar gezinsleven onvoldoende is meegewogen, waarbij zij tevens een schending van de hoorplicht aanvoerde.
De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies ondanks de leeftijd geldig blijft omdat geen nieuwe medische informatie is aangeleverd die de situatie wijzigt. De minister heeft het advies zorgvuldig en inzichtelijk toegepast. Verder is niet gebleken dat terugkeer naar het Verenigd Koninkrijk uitgesloten is. De gezinsband met haar zus is onvoldoende om op grond van artikel 8 EVRM Pro een verblijfsvergunning te rechtvaardigen. De rechtbank vond dat de minister terecht van horen kon afzien.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit tot afwijzing van het uitstel van vertrek in stand blijft. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek op medische gronden wordt ongegrond verklaard.