ECLI:NL:RBDHA:2026:20042

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL25.60403
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de minister van Asiel en Migratie om haar een verblijfsdocument te verstrekken als bewijs van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan. Dit bezwaar is bij besluit van 11 november 2025 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, is de voorlopige voorziening niet langer nodig.

Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.60403

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoeksterV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D.O. Wernsing),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen de weigering van een verblijfsdocument als bewijs van rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer, NL25.60402, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 15 juli 2026 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.