Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 18 april 2025 te Delft
[aangeefster] heeft mishandeld door die [aangeefster] te bijten in de arm, althans in het lichaam, en/of met een telefoon te slaan en/of duwen tegen het gezicht van die [aangeefster] ;
hij op of omstreeks 25 april 2025 te Delft
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk meubels en/of gevels, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] en/of [aangever 2] ,in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
hij op of omstreeks 3 mei 2025 te Delft
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool voorhanden heeft gehad;
4
hij op of omstreeks 3 mei 2025 te Delft munitie van categorie III van de Wet wapens
en munitie, te weten 129 knalpatronen van het kaliber 9 mm PAK voorhanden heeft gehad.
3.De bewijsbeslissing
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
30 (dertig) DAGEN;
niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
60 (zestig) UREN;
30 (dertig) DAGEN;
;