Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij op of omstreeks 26 maart 2026 te Alphen aan den Rijn
[aangeefster] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door
- aan die [aangeefster] een vuurwapen (revolver) te tonen en/of (vervolgens) de
patronen uit het wapen te halen en (vervolgens) de patronen weer in het
wapen te stoppen, en/of
- (terwijl hij met die [aangeefster] in de auto zat) een of meerdere keren met het
wapen te schieten, althans het wapen af te laten gaan en/of (vervolgens)
tegen die [aangeefster] te zeggen "Het eerste schot was voor mij, de tweede was
voor jou bedoeld" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
en/of
- (vervolgens) tegen die [aangeefster] te zeggen "Ik maak je moeder af, ik maak je
vader af, ik maak jou af. Ik beloof het je, als ik dat niet doe, neuk ik mijn
eigen dochter. Ik kom morgen op je werk, je gaat het voelen, je gaat het
zien" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2
hij op of omstreeks 26 maart 2026 te Alphen aan den Rijn
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een revolver, van het merk Taurus, type .38 Special, kaliber .38 Special
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
11 patronen revolver munitie van het kaliber .39 Special voorhanden heeft
gehad.
3.De bewijsbeslissing
Dit had moeten zijn: Tussen woensdag 25 maart 2026 om 23:50 uur en donderdag 26 maart 2026 om 01:48 uur.
moesten wachten. Dit deden wij. Mijn vader liep zijn woning in. Na ongeveer 5
seconden liep hij de woning weer uit. Ik zag dat hij iets in zijn handen had. Ik zag dat hij naar de bijrijdersstoel liep. Daar ging hij zitten. Ik hoorde dat hij de patronen uit het vuurwapen haalde. Ik zag dat mijn moeder haar beide armen tegen mijn vader zijn linkerarm duwde. Ik hoorde dat mijn vader bleef schreeuwen. Terwijl hij bleef schreeuwen, hoorde ik een klik. Mijn vader bleef schreeuwen, ik hoorde dat mijn moeder zei: "stop niet doen nee niet doen". Hierna hoorde ik weer een klik, na die klik hoorde ik een schot. Ik hoorde dat dit schot door de bodem van de auto ging. Mijn moeder zei tegen mijn vader dat hij uit de auto moest stappen. Hij stapte uit en mijn moeder reed direct weg. Mijn moeder en ik reden terug naar huis. Wij waren ongeveer een uur thuis. Na dat uur mijn vader mij om 01:21 uur. Ik nam op en hoorde dat hij bleef schreeuwen en mij bleef uitschelden. Dit duurde een paar seconden waarna mijn moeder mijn telefoon en het gesprek met mijn vader overnam.
hij op of omstreeks 26 maart 2026 te Alphen aan den Rijn
[aangeefster] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door
- aan die [aangeefster] een vuurwapen (revolver) te tonen en de
patronen uit het wapen te halen en vervolgens de patronen weer in het
wapen te stoppen, en
- terwijl hij met die [aangeefster] in de auto zat het wapen af te laten gaan en
tegen die [aangeefster] te zeggen "Het eerste schot was voor mij, de tweede was
voor jou bedoeld" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,
en
- tegen die [aangeefster] te zeggen "Ik maak je moeder af, ik maak je
vader af, ik maak jou af. Ik beloof het je, als ik dat niet doe, neuk ik mijn
eigen dochter. Ik kom morgen op je werk, je gaat het voelen, je gaat het
zien" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
hij op of omstreeks 26 maart 2026 te Alphen aan den Rijn
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te
weten een revolver, van het merk Taurus, type .38 Special, kaliber .38 Special
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
11 patronen revolver munitie van het kaliber .39 Special voorhanden heeft
gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
12 (TWAALF) MAANDEN;
4 (VIER) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;