ECLI:NL:RBDHA:2026:20127

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.12300
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en risico op vervolging in Uganda

Eiseres, van Ugandese nationaliteit, vreesde vervolging vanwege haar en haar echtgenoot's activiteiten voor de oppositiepartij National Unity Platform (NUP) tijdens de verkiezingen van 2021. Haar echtgenoot werd ontvoerd door de autoriteiten, maar de minister vond de verdwijning niet geloofwaardig en wees de asielaanvraag af.

De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verdwijning van haar echtgenoot heeft plaatsgevonden zoals gesteld. Zij kon geen aangifte overleggen en haar verklaring over het contact met haar schoonfamilie was tegenstrijdig. Ook acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat de autoriteiten een huisinval deden vanwege de geringe rol van de echtgenoot en de verstreken tijd sinds de verkiezingen.

Verder is niet aannemelijk dat eiseres zelf risico loopt op vervolging. Zij kon legaal Uganda verlaten en heeft sinds 2024 weinig politieke uitingen gedaan. Haar zichtbaarheid op sociale media is onvoldoende onderbouwd om vervolging aannemelijk te maken.

De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter J.J. Catsburg op 3 juli 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.12300

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.A. Ubbergen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: M.F. van der Lubbe).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de asielaanvraag van eiseres mocht afwijzen, omdat zij als lid van de oppositiepartij niet wordt vervolgd en kan terugkeren naar Uganda. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres dus geen gelijk krijgt. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft mede namens haar minderjarige kind een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stelt van Ugandese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1988. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 februari 2026 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
4. De rechtbank heeft het beroep op 22 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Z. Uwasse als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
5. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres is lid van de oppositiepartij van [naam] genaamd National Unity Platform (NUP) in Uganda. Eiseres en haar echtgenoot zijn actief geweest tijdens de campagneactiviteiten voor de verkiezingen van 2021 in Uganda. De Ugandese autoriteiten hebben naar aanleiding van deze activiteiten een huisinval bij eiseres gedaan. De autoriteiten hebben de echtgenoot van eiseres ondervraagd en hem ontvoerd. Eiseres is vervolgens ondergedoken en heeft Uganda met een visum verlaten.
Het bestreden besluit
6. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
  • identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • betrokkenheid bij de NUP; en
  • de verdwijning van de echtgenoot van eiseres.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst en de betrokkenheid van eiseres bij de NUP geloofwaardig. De minister vindt de verdwijning van de echtgenoot van eiseres niet geloofwaardig. De schoonfamilie van eiseres heeft van de verdwijning aangifte gedaan. Volgens de minister had eiseres deze aangifte kunnen overleggen en heeft zij dit ten onrechte niet gedaan. Ook vindt de minister dat de verklaringen van eiseres over de verdwijning van haar echtgenoot geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens de minister is dan ook geen sprake van een vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Uganda. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond. Ook heeft de minister aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd.
7. Op deze zaak is het recht van toepassing dat gold vóór 12 juni 2026.
De geloofwaardigheid van de verdwijning
8. Eiseres vindt dat de minister de verdwijning van haar echtgenoot geloofwaardig had moeten vinden. Eiseres stelt in het aanvullend beroepschrift dat zij de aangifte van de verdwijning van haar echtgenoot niet kon overleggen, omdat het contact met haar schoonfamilie is verstoord en zij alleen wist van de aangifte via haar moeder. Verder vindt eiseres dat haar verklaringen over de verdwijning van haar echtgenoot wel een samenhangend en aannemelijk geheel zijn. Dat eiseres en haar echtgenoot geen prominente rol hadden bij de NUP hadden maakt het asielmotief volgens haar niet ongeloofwaardig. Ook vindt eiseres dat de minister haar niet kon tegenwerpen dat zij zelf geen aangifte van de verdwijning heeft gedaan, omdat zij zelf risico zou lopen op vervolging als zij in contact kwam met de Ugandese autoriteiten.
De aangifte
9. De rechtbank stelt voorop dat eiseres in het nader gehoor heeft verklaard dat haar schoonfamilie aangifte heeft gedaan terwijl zij ondergedoken zat na de huisinval. Ook heeft eiseres verklaard dat haar schoonfamilie aangifte heeft gedaan en heeft nagevraagd waar haar echtgenoot zich bevindt. [1] De stelling van eiseres in beroep dat het contact met haar schoonfamilie is verstoord en dat zij daarom de aangifte niet bij hen kon opvragen kan de rechtbank gelet op die verklaringen niet volgen. Bovendien heeft eiseres de problemen met haar schoonfamilie niet onderbouwd en heeft zij deze omstandigheid zowel in het nader gehoor als in de zienswijze niet naar voren gebracht. Dit terwijl deze omstandigheid zich volgens eiseres al voordeed ten tijde van het nader gehoor. De minister heeft dan ook terecht aan eiseres tegengeworpen dat zij geen documenten van de aangifte heeft overgelegd en dat dit afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van haar asielmotief.
De verklaringen van eiseres
10. De rechtbank overweegt dat eiseres stelt dat de rol van haar echtgenoot als
T-shirtverkoper tijdens campagnebijeenkomsten de oorzaak is voor de huisinval en de verdwijning en dat zij vreesde voor vervolging als zij aangifte zou doen van de verdwijning. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat het niet aannemelijk is dat de Ugandese autoriteiten om deze reden een huisinval zouden doen bij eiseres. Ten eerste omdat tussen de verkiezingen in 2021, de daarmee samenhangende campagneactiviteiten en de huisinval ruim een jaar en tien maanden tijd is verstreken. Ten tweede vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat de Ugandese autoriteiten de echtgenoot van eiseres vragen stellen zoals ‘wie financiert de NUP?’ en ‘waar zijn de wapens van [naam] ?’ [2] , omdat niet is gebleken dat de rol van de echtgenoot prominent was en niet is gebleken dat er een andere aanleiding is voor dit soort vragen. Gelet op deze omstandigheden vindt de rechtbank de algemene verklaring van eiseres dat de Ugandese autoriteiten bij NUP-leden binnenvallen om bij hen angst te zaaien onvoldoende om de oorzaak voor de huisinval aannemelijk te maken. Daarnaast is de omstandigheid dat eiseres geen aangifte heeft gedaan van de verdwijning een omstandigheid die de minister mag betrekken bij het beoordelen van de geloofwaardigheid. De schoonfamilie van eiseres heeft namelijk geen problemen gehad na het doen van aangifte terwijl haar echtgenoot actief lid van de NUP is. Dat eiseres wel problemen zou krijgen bij het doen van aangifte heeft de minister daarom terecht niet aannemelijk gevonden.
11. De minister heeft zich dus terecht op het standpunt gesteld dat de verdwijning van de echtgenoot van eiseres vanwege zijn activiteiten voor de NUP niet geloofwaardig is.
Terugkeer naar Uganda
12. Eiseres voert aan dat ook niet prominente leden van de NUP te vrezen hebben voor vervolging dan wel ernstige schade in Uganda. Eiseres en haar echtgenoot waren namelijk zichtbaar aanwezig bij campagneactiviteiten van de NUP tijdens de verkiezingen in 2021. De echtgenoot van eiseres verkocht T-shirts voor de NUP en eiseres onderhield de sociale media van de NUP waarop zij zichtbaar in beeld is gebracht.
13. De rechtbank is met de minister van oordeel dat het niet aannemelijk is dat eiseres bij terugkeer heeft te vrezen voor vervolging of ernstige schade vanwege haar betrokkenheid bij de NUP. Niet is gebleken dat elk lid van de NUP heeft te maken met vervolging in Uganda. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij persoonlijk in de negatieve aandacht van de Ugandese autoriteiten staat.
14. Ten eerste is van belang dat de minister de verdwijning van de echtgenoot van eiseres terecht niet geloofwaardig heeft gevonden. Deze omstandigheid kan daarom niet leiden tot een gegronde vrees. Ten tweede heeft eiseres voorafgaand aan haar vertrek een nieuw paspoort en een visum ontvangen van de Ugandese overheid en kon zij het land legaal uitreizen. Eiseres stelt dat dit paspoort nog dateert van voor de problemen, maar de rechtbank volgt eiseres niet in deze stelling, omdat uit het ontvangen van reisdocumenten en het legaal uitreizen niet volgt dat eiseres persoonlijk onder de negatieve aandacht van de Ugandese autoriteiten staat. Bovendien staat op het paspoort 22 september 2022 vermeld als uitgiftedatum. Dat is dus wel degelijk nadat eiseres al had deelgenomen aan de campagneactiviteiten voor de verkiezingen in 2021 en waarvan de Ugandese autoriteiten kennis hadden kunnen nemen. In het aanvullende beroepschrift en op de zitting heeft eiseres gesteld dat zij legaal kon uitreizen omdat zij iemand had omgekocht. Eiseres wijst erop dat zij in het nader gehoor heeft verklaard dat iemand de reis voor haar regelde en dat het daarom aannemelijk is dat iemand is omgekocht om haar te laten uitreizen. De rechtbank vindt deze stelling van eiseres niet aannemelijk omdat zij niet eerder heeft verklaard dat zij zelf of de persoon die de reis voor haar regelde iemand heeft omgekocht. Daarnaast heeft zij evenmin gedetailleerd verklaard over de gestelde omkoping. De stelling dat er veel corruptie voorkomt in Uganda is onvoldoende om aannemelijk te vinden dat eiseres door omkoping het land heeft kunnen verlaten. Ten derde merkt de minister terecht op dat eiseres sinds 2024 minder uiting heeft gegeven aan haar politieke overtuiging en dat deelname aan demonstraties in Nederland niet hoeven te betekenen dat eiseres daardoor in de negatieve aandacht van de Ugandese autoriteiten staat. Ten slotte heeft eiseres in beroep naar voren gebracht dat zij zichtbaar in beeld is gebracht op de sociale media van de NUP, maar zij heeft deze stelling verder niet onderbouwd en dus ziet de rechtbank daarin ook geen aanleiding om aan te nemen dat zij in de negatieve aandacht van de Ugandese autoriteiten staat.

Conclusie en gevolgen

15. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van haar asielaanvraag in stand kan blijven. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van
mr.B.J. van Rossum, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2026.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verslag van het nader gehoor van 23 februari 2026, p. 22.
2.Verslag van het nader gehoor van 23 februari 2026, p. 21.