Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- betrokkenheid bij de NUP; en
- de verdwijning van de echtgenoot van eiseres.
T-shirtverkoper tijdens campagnebijeenkomsten de oorzaak is voor de huisinval en de verdwijning en dat zij vreesde voor vervolging als zij aangifte zou doen van de verdwijning. De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat het niet aannemelijk is dat de Ugandese autoriteiten om deze reden een huisinval zouden doen bij eiseres. Ten eerste omdat tussen de verkiezingen in 2021, de daarmee samenhangende campagneactiviteiten en de huisinval ruim een jaar en tien maanden tijd is verstreken. Ten tweede vindt de rechtbank het niet aannemelijk dat de Ugandese autoriteiten de echtgenoot van eiseres vragen stellen zoals ‘wie financiert de NUP?’ en ‘waar zijn de wapens van [naam] ?’ [2] , omdat niet is gebleken dat de rol van de echtgenoot prominent was en niet is gebleken dat er een andere aanleiding is voor dit soort vragen. Gelet op deze omstandigheden vindt de rechtbank de algemene verklaring van eiseres dat de Ugandese autoriteiten bij NUP-leden binnenvallen om bij hen angst te zaaien onvoldoende om de oorzaak voor de huisinval aannemelijk te maken. Daarnaast is de omstandigheid dat eiseres geen aangifte heeft gedaan van de verdwijning een omstandigheid die de minister mag betrekken bij het beoordelen van de geloofwaardigheid. De schoonfamilie van eiseres heeft namelijk geen problemen gehad na het doen van aangifte terwijl haar echtgenoot actief lid van de NUP is. Dat eiseres wel problemen zou krijgen bij het doen van aangifte heeft de minister daarom terecht niet aannemelijk gevonden.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr.B.J. van Rossum, griffier.