ECLI:NL:RBDHA:2026:20140

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.5458
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende beoordeling vrees voor vervolging

Eiser, van Chinese nationaliteit, diende op 4 december 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag op 25 januari 2026 af, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank behandelde de zaak op 30 juni 2026.

Eiser baseerde zijn asielverzoek op de vervolging van zijn moeder door Chinese autoriteiten vanwege protesten tegen woningonteigening en zijn eigen activiteiten op sociale media waarin hij mensenrechtenschendingen aan de kaak stelde. De minister erkende de geloofwaardigheid van de motieven maar vond onvoldoende bewijs voor een persoonlijke vrees voor vervolging van eiser.

De rechtbank oordeelde dat de minister te veel gewicht gaf aan het feit dat eiser legaal China kon verlaten en het ontbreken van eerdere vervolgingen. De rechtbank stelde dat het ontbreken van eerdere vervolging geen doorslaggevende factor is en dat de minister onvoldoende rekening hield met relevante landeninformatie en de inhoud van de berichten van eiser.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf de minister acht weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante feiten en landeninformatie betrokken moeten worden. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht aan de minister een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL26.5458
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1997, van Chinese nationaliteit, eiser
(gemachtigde: mr. M. Timmer),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Kuster).

Inleiding

1. Eiser heeft op 4 december 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
1.1.
De minister heeft met het bestreden besluit van 25 januari 2026 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
De rechtbank heeft de zaak op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigden van beide partijen en meneer Siu als tolk in de Chinese taal.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank behandelt het beroep aan de hand van de door eiser aangevoerde argumenten, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiser heeft het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eisers moeder is meermaals in de problemen gekomen met de Chinese autoriteiten omdat zij in Beijing veelvuldig bezwaar heeft aangetekend tegen de onteigening van haar woning. Zij heeft hiervoor een aantal periodes vastgezeten en is tijdens een ontsnappingspoging gehandicapt geraakt. Eiser heeft hierover video’s geplaatst op [sociale media 1] en [sociale media 2] [1] om te proberen haar vrij te krijgen. Deze video’s zijn ook uitgezonden op de Chineestalige televisiezender in Amerika [televisiezender] . Ook heeft eiser berichten over mensenrechtenschendingen door de Chinese overheid herplaatst op het platform [sociale media 3] . Zijn moeder is niet voornemens om te stoppen met protesteren in Beijing, hierdoor vreest eiser dat zij weer gevangengenomen zal worden. Als dit gebeurt zal eiser hier weer over gaan posten.
4.1.
Ter onderbouwing van zijn verhaal heeft eiser een kopie van een doktersverklaring van zijn moeder, een röntgenfoto van zijn moeder, kopie van zijn online posts, berichtgeving op [televisiezender] en zijn herplaatste berichten op het platform [sociale media 3] overgelegd.
Besluitvorming
5. De minister heeft uit het asielrelaas de volgende asielmotieven onderscheiden:
1. identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. politieke overtuiging en activiteiten vanwege de problemen van eisers moeder.
5.1.
De minister acht beide asielmotieven geloofwaardig. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Allereerst heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij persoonlijk problemen heeft ondervonden vanwege zijn politieke overtuiging of activiteiten. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Chinese autoriteiten daadwerkelijk op de hoogte zijn geraakt van zijn video’s en dat hij onder druk is gezet om de video’s te verwijderen. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in de problemen is gekomen vanwege zijn lidmaatschap van een politieke beweging. Dat eiser vanaf 2023 tot aan zijn vertrek uit China berichten heeft herplaatst op het platform [sociale media 3] , heeft ook niet geleid tot problemen. Verder acht de minister van belang dat eiser heeft verklaard dat hij is gestopt met het plaatsen van video’s omdat zijn moeder sinds 2023 niet meer is vervolgd. Daarnaast heeft eiser verklaard dat hij legaal China heeft verlaten en geen problemen heeft ondervonden tijdens zijn uitreis. Hiermee is uit eisers verklaringen niet gebleken dat hij in de negatieve belangstelling van de Chinese autoriteiten staat of zal komen te staan.
Standpunt van eiser
6. Eiser voert – samengevat – aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Ten onrechte wordt overwogen door de minister dat eiser geen persoonlijke problemen heeft ondervonden. De minister trekt daarbij ten onrechte eerder geloofwaardig bevonden verklaringen in twijfel en betrekt in de beoordeling van de vrees voor vervolging niet alle relevante feiten en omstandigheden. Bovendien zijn eisers geloofwaardig bevonden verklaringen niet beoordeeld in het licht van de beschikbare landeninformatie.
Beoordeling door de rechtbank
7. De rechtbank overweegt als volgt. Eiser heeft verklaard dat hij in de periode vanaf 2023 is begonnen met het re-posten van berichten op het platform [sociale media 3] . Eiser heeft tot vlak voor zijn vertrek uit China heel actief berichten gerepost op [sociale media 3] . Over de inhoud van de berichten verklaart eiser dat deze over mensenrechtenschendingen door de Chinese autoriteiten gingen. De minister heeft geen vertaling gemaakt van de posts op [sociale media 3] , omdat hetgeen eiser hierover heeft verklaard niet in twijfel wordt getrokken. Ook heeft eiser video’s gepubliceerd op [televisiezender] over de mensenrechtenschendingen jegens zijn moeder, waarvan de Chinese autoriteiten op de hoogte zijn.
7.1.
Eisers verklaringen over de inhoud van de berichten worden door de minister geloofwaardig geacht. Ook de inhoud van filmpjes, en het feit dat de Chinese autoriteiten daarvan op de hoogte zijn, wordt door de minister niet betwist. De minister stelt zich ter zitting echter op het standpunt dat eiser naar aanleiding hiervan in het verleden geen problemen heeft ondervonden die kunnen worden gekwalificeerd als een daad van vervolging. De minister ziet dat als een sterke aanwijzing dat eiser bij terugkeer ook niet hoeft te vrezen voor de Chinese autoriteiten. Daarbij wordt door de minister ook in overweging genomen dat eiser legaal China heeft kunnen uitreizen. Dit is voor de minister een belangrijke aanwijzing dat eiser niet in de negatieve belangstelling van de autoriteiten staat.
7.2.
De rechtbank kan de minister niet volgen in dit standpunt. Allereerst omdat de minister hier te veel gewicht heeft toegekend aan de omstandigheid dat eiser legaal heeft kunnen uitreizen. Het algemeen ambtsbericht over China biedt geen steun voor de stelling dat eenieder die in de negatieve belangstelling staat van de Chinese autoriteiten, niet op een legale wijze kan uitreizen. Het blijkt zelfs uit het algemeen ambtsbericht dat, hoewel er streng toezicht is bij het uitreizen, het systeem van uitreiscontrole niet waterdicht is. [2]
7.3.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de minister te veel gewicht heeft toegekend aan het ontbreken van daden van vervolging van de Chinese autoriteiten jegens eiser in het verleden. Zij wijst op hetgeen hierover is vermeld in de notitie van het UNHCR [3] over de bewijsstandaard in asielaanvragen:
“18. While by nature, an evaluation of risk of persecution is forward-looking and
therefore inherently somewhat speculative, such an evaluation should be made based on factual considerations which take into account the personal circumstances of the applicant as well as the elements relating to the situation in the country of origin.
19. The applicant’s personal circumstances would include his/her background, experiences, personality and any other personal factors which could expose him/her to persecution. In particular, whether the applicant has previously suffered persecution or other forms of mistreatment and the experiences of relatives and friends of the applicant as well as those persons in the same situation as the applicant are relevant factors to be taken into account. Relevant elements concerning the situation in the country of origin would include general social and political conditions, the country’s human rights situation and record; the country’s legislation; the persecuting agent’s policies or practices, in particular towards persons who are in similar situation as the applicant, etc. While past persecution or mistreatment would weigh heavily in favour of a positive assessment of risk of future persecution, its absence is not a decisive factor. By the same token, the fact of past persecution is not necessarily conclusive of the possibility of renewed persecution, particularly where there has been an important change in the conditions in the country of origin.” [4]
De rechtbank maakt hieruit op dat het ontbreken van eerdere daden van vervolging niet een doorslaggevende factor kan zijn in de beoordeling van de vrees van vervolging bij terugkeer. Het oordeel van de minister komt daar echter wel op neer. Hiermee heeft de minister te veel waarde toegekend aan het ontbreken van eerdere daden van vervolging en onvoldoende andere feiten en omstandigheden bij de besluitvorming betrokken, zoals de inhoud van de berichten over de schending van mensenrechten door de Chinese overheid die eiser tot aan zijn vertrek uit China op [sociale media 3] heeft geplaatst.
7.4.
Daar komt bij dat uit de beschikbare landeninformatie volgt dat mensenrechtenverdedigers bij terugkeer naar China in ieder geval een verhoogd risico lopen om door de Chinese autoriteiten te worden onderworpen aan ondervraging, detentie, marteling en/of een oneerlijk proces. [5] Bovendien volgt ook uit landeninformatie dat niet enkel het posten van berichten over mensenschendingen, maar zelfs het volgen van accounts met deze inhoud al reden is voor de Chinese autoriteiten om mensen in de gaten te houden. [6] De minister heeft dit geenszins betrokken in de beoordeling.
8. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en kan het bestreden besluit geen standhouden. De rechtbank is van oordeel dat de minister een nieuwe beoordeling dient te maken ten aanzien van eisers vrees bij terugkeer. Het is daarbij van belang dat de minister de beschikbare landeninformatie kenbaar betrekt in de beoordeling. De rechtbank doelt daarbij ook op de landeninformatie waar eiser naar heeft verwezen, over ‘petitietekenaars’ in China en het artikel van Human Rights Watch ‘China’s Inhumane ‘Guitly-by-Association’: Authorities Increasingly target Activists’Families’. Ook is het van belang dat de berichten die eiser tot vlak voor zijn vertrek uit China op [sociale media 3] heeft gepost worden vertaald en dat deze worden beoordeeld in het licht van de bestaande landeninformatie. Meer specifiek dat er een verhoogd risico bij terugkeer bestaat voor mensenrechtenverdedigers om te worden onderworpen aan onderworpen aan ondervraging, detentie, marteling en/of een oneerlijk proces.
9. Nu het beroep reeds op grond van het voorgaande gegrond is, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiser gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
11. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.M. Jongejans, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Chinese social media-apps die vergelijkbaar zijn met Tiktok.
2.Zie Algemeen ambtsbericht China 2020, p. 51.
3.United Nations High Commissioner for Refugees.
4.UNHCR, ‘Note on Burden and Standard of Proof in Refugee Claims’, 16 december 1998.
5.Zie Algemeen ambtsbericht China 2020, p. 90.
6.Zoals blijkt uit een artikel in The Guardian, ‘How China’s internet police went from targeting bloggers to their followers’, van 2 september 2024.