ECLI:NL:RBDHA:2026:20143
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot verlagen van aanbouw wegens schending overeenkomst en hinder door lichtblokkade
In deze burenzaak vorderen eisers dat gedaagden de verhoging van de aanbouw aan het buurpand verwijderen omdat deze in strijd is met een eerder gesloten overeenkomst en leidt tot onrechtmatige hinder door vermindering van licht en lucht. De rechtbank heeft een plaatsopneming uitgevoerd en constateerde dat het voorste deel van de aanbouw circa 80 cm is verhoogd, wat niet als een geringe verhoging kan worden beschouwd, terwijl het achterste deel met circa 40 cm is verhoogd, wat wel binnen de marge valt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat partijen slechts een geringe verhoging van de zijmuur hadden toegestaan, waarbij de bouwtekeningen en de tekst 'geen aanpassingen, alleen interne verbouwing' een belangrijke rol speelden. De uitleg van gedaagden dat de aanbouw dezelfde hoogte zou krijgen als de eerste etage van het woonhuis wordt niet gevolgd, mede omdat de 3D-presentatie niet aan eisers is getoond en geen hoogtes vermeldt.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen: het voorste deel van de aanbouw moet worden verlaagd tot de hoogte van het achterste deel, terwijl de verhoging van het achterste deel blijft staan. De voorzieningenrechter legt een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €25.000 en compenseert de proceskosten zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld het voorste deel van de aanbouw te verlagen tot de hoogte van het achterste deel, met oplegging van een dwangsom.