ECLI:NL:RBDHA:2026:20144

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL23.32833
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en toekenning proceskosten in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht

In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Het verzoek werd ingediend door een Nigeriaanse verzoeker tegen de minister van Asiel en Migratie. Tijdens de zitting op 8 april 2025 werd het verzoek samen met een gerelateerd procedurenummer behandeld.

De voorzieningenrechter constateerde dat in de uitspraak van 20 mei 2025 op het hoofdberoep reeds een beslissing was genomen, maar dat daarin geen uitspraak was gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening en proceskosten. Gezien de beslissing op het hoofdberoep zag de voorzieningenrechter geen reden om alsnog een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af.

Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de verzoeker, omdat het hoofdberoep gegrond werd verklaard. De vergoeding werd vastgesteld op één punt met een waarde van € 934,-. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.L.C.M. Ficq en griffier W.L. van der Pijl, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 934,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer:
NL23.32833 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [V-nummer]

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], geboren op [geboortedag] 1975, met de Nigeriaanse nationaliteit, verzoeker
(gemachtigde: mr. J. van Appia),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening en een vergoeding van de minister in de proceskosten.
1.1.
De rechtbank heeft het verzoek op 8 april 2025 tegelijk met procedurenummer NL23.32832 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en een tolk in de Engelse taal.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2.1.
De voorzieningenrechter constateert dat in de uitspraak van
20 mei 2025 met procedurenummer NL23.32832 geen uitspraak is gedaan op het verzoek van verzoeker om een voorlopige voorziening te treffen en de minister te veroordelen in de proceskosten daarvan.
2.2.
De voorzieningenrechter overweegt dat, nu er in de uitspraak van
20 mei 2025 is beslist op het beroep, geen aanleiding bestaat voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt afgewezen.
2.3.
Omdat het beroep met procedurenummer NL23.32832 in de uitspraak van
20 mei 2025 gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding 1 punt toe te kennen voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,-. De minister moet deze vergoeding betalen.
Beslissing
De voorzieningenrechter
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.