ECLI:NL:RBDHA:2026:20144
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en toekenning proceskosten in bestuursrechtelijke zaak vreemdelingenrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Het verzoek werd ingediend door een Nigeriaanse verzoeker tegen de minister van Asiel en Migratie. Tijdens de zitting op 8 april 2025 werd het verzoek samen met een gerelateerd procedurenummer behandeld.
De voorzieningenrechter constateerde dat in de uitspraak van 20 mei 2025 op het hoofdberoep reeds een beslissing was genomen, maar dat daarin geen uitspraak was gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening en proceskosten. Gezien de beslissing op het hoofdberoep zag de voorzieningenrechter geen reden om alsnog een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af.
Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de verzoeker, omdat het hoofdberoep gegrond werd verklaard. De vergoeding werd vastgesteld op één punt met een waarde van € 934,-. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter P.L.C.M. Ficq en griffier W.L. van der Pijl, en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 934,-.