ECLI:NL:RBDHA:2026:20156

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL26.36815
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake aanvullend terugkeerbesluit wegens uitgewerkt eerder besluit

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een aanvullend terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 10 juli 2026, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet aanwezig waren. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Eiseres stelde dat het terugkeerbesluit ten onrechte was genomen omdat zij rechtmatig verblijf heeft in Frankrijk en dat de minister slechts een bevel tot terugkeer naar Frankrijk had kunnen geven. De minister legde uit dat eiseres in Guyana werd aangetroffen bij een buitengrens van de EU en dat de Franse autoriteiten haar ongewenst verklaarden in Nederland, waarna zij navraag deden bij Nederlandse autoriteiten.

De rechtbank stelde zich de vraag of zij bevoegd was het beroep te behandelen. Omdat het aanvullend terugkeerbesluit een aanvulling was op een eerder terugkeerbesluit van 7 november 2013 en uit de Sirene-melding bleek dat eiseres aan haar vertrekplicht had voldaan, was het eerdere besluit uitgewerkt. Hierdoor kon het aanvullend terugkeerbesluit geen nieuwe rechtsgevolgen creëren en was het geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en ging niet in op de inhoud van het beroep.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het aanvullend terugkeerbesluit omdat het eerdere terugkeerbesluit is uitgewerkt.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.36815

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. R.M. Seth Paul),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. E. Özel).

Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiseres een aanvullend terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2026 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres betoogt onder meer dat de minister ten onrechte een terugkeerbesluit ten aanzien van Suriname heeft genomen, aangezien eiseres rechtmatig verblijf heeft in Frankrijk. De minister had om die reden alleen een bevel tot terugkeer naar Frankrijk kunnen geven. Ook is niet duidelijk waarom in april 2026 al een verzoek tot het opvragen van de gegevens van eiseres is gedaan bij Frankrijk, terwijl eiseres pas op 2 juli 2026 is staande gehouden.
1.1.
Op de zitting heeft de minister toegelicht dat eiseres in Guyana is aangetroffen bij een buitengrens van de Europese Unie. Deze melding is opgenomen in Sirene. De Franse autoriteiten hebben toen geconstateerd dat eiseres ongewenst is verklaard in Nederland. De Franse autoriteiten hebben toen aan de Nederlandse autoriteiten gevraagd waarom eiseres hier ongewenst is verklaard. De Nederlandse autoriteiten hebben hierop gereageerd. Hieruit volgt dat de minister niet uit zichzelf navraag heeft gedaan bij de Franse autoriteiten, maar dat enkel is gereageerd op een informatieverzoek van de Franse autoriteiten.
1.2.
De rechtbank ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of zij bevoegd is ten aanzien van het beroep van eiseres. De rechtbank is niet bevoegd als het aanvullend terugkeerbesluit geen nieuwe rechtsgevolgen in het leven roept, omdat dan geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval geldt dat het besluit van 2 juli 2026 een aanvulling is op een eerder aan eiseres uitgereikt terugkeerbesluit van 7 november 2013. Uit de Sirene-melding blijkt dat eiseres is gecontroleerd bij een buitengrens van de Europese Unie. Daaruit volgt dat eiseres gehoor heeft gegeven aan het terugkeerbesluit van 7 november 2013 en in het verleden aan haar vertrekplicht heeft voldaan. Het gevolg daarvan is dat het terugkeerbesluit van 7 november 2013 is uitgewerkt. Gelet hierop heeft de minister geen aanvullend terugkeerbesluit kunnen nemen, er was immers geen besluit meer dat kon worden aangevuld. [1] Dat betekent dan ook dat het aanvullend terugkeerbesluit van 2 juli 2026 geen rechtsgevolgen in het leven roept en dus geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. De gemachtigde van de minister heeft dat ter zitting ook bevestigd. Om die reden is de rechtbank onbevoegd. Daarom komt de rechtbank niet toe aan de inhoud van het beroep van eiseres.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het terugkeerbesluit.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Duifhuizen, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2369.