Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaken tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer 1], eiseres
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
b. eerder een besluit, kennisgeving of aanzegging hebben ontvangen waaruit de plicht de Europese Unie dan wel Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg hebben gegeven;
c. niet dan wel niet voldoende meewerken aan het vaststellen van hun identiteit en nationaliteit;
d. in verband met hun aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens hebben verstrekt over hun identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat (alleen ten grondslag gelegd aan de maatregel van eiser);
e. zich zonder noodzaak hebben ontdaan van hun reis- of identiteitsdocumenten;
h. hebben te kennen gegeven dat zij geen gevolg zullen geven aan de verplichting tot terugkeer;
j. een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel hebben ingediend die niet-ontvankelijk is verklaard of is afgewezen als kennelijk ongegrond;
o. niet langer beschikbaar is door te verzuimen melding te doen van afwezigheid in een bepaald opvangcentrum of aangewezen gebied van verblijf;
p. zich niet aan een of meer andere voor hen geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 hebben gehouden;
q. meerdere aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning hebben ingediend die niet tot verlening van een verblijfsvergunning hebben geleid;
r. geen vaste woon- of verblijfplaats hebben;
s. niet beschikken over voldoende middelen van bestaan.