ECLI:NL:RBDHA:2026:20170
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel vertrek om medische redenen bij asielaanvraag
Eiser, een Egyptische asielzoeker, diende op 8 september 2023 een asielaanvraag in met het verzoek om uitstel van vertrek om medische redenen. De minister wees de aanvraag af op 13 mei 2026, omdat eiser zijn medische problemen onvoldoende had onderbouwd met recente medische documenten en niet kon aantonen dat hij momenteel onder behandeling stond voor psychische problematiek.
Eiser voerde aan dat de minister ten onrechte geen advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) had ingewonnen en dat zijn psychische gesteldheid ernstig was, onder meer vanwege een eerdere opname in een psychiatrische inrichting in 2022. De rechtbank oordeelde echter dat het gedrag van eiser tijdens de zitting niet uitzonderlijk was en dat de minister terecht geen aanleiding zag om het BMA te raadplegen.
Verder bleek uit het overgelegde dossier dat de psychische problematiek van eiser drie jaar geleden speelde en dat recentere medische gegevens alleen hoofdpijnklachten vermeldden. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd voor het verlenen van uitstel van vertrek om medische redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de vordering van eiser af. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter M. van Harten op 15 juli 2026 te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van uitstel van vertrek om medische redenen wordt ongegrond verklaard.