ECLI:NL:RBDHA:2026:20172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na overlijden referent in nareiszaak
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid bij haar oom, de referent, in het kader van nareis. De minister wees deze aanvraag af, waarna eiseres bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen.
Tijdens de procedure overleed de referent door zelfdoding, waarna de rechtbank zich moest buigen over het procesbelang van eiseres. De rechtbank oordeelde dat het overlijden van de referent het verwezenlijken van het beoogde belang onmogelijk maakt, omdat de aanvraag specifiek was gericht op verblijf bij de referent. Een verblijf bij de moeder van de referent, zoals door eiseres aangevoerd, viel niet binnen de oorspronkelijke aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelde de zaak niet inhoudelijk. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De rechtbank wees erop dat een nieuwe mvv-aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro is ingediend en verwacht dat de minister deze spoedig zal behandelen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van de referent.