ECLI:NL:RBDHA:2026:20172

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
NL25.49451
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang na overlijden referent in nareiszaak

Eiseres, van Eritrese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als gezinslid bij haar oom, de referent, in het kader van nareis. De minister wees deze aanvraag af, waarna eiseres bezwaar maakte dat eveneens werd afgewezen.

Tijdens de procedure overleed de referent door zelfdoding, waarna de rechtbank zich moest buigen over het procesbelang van eiseres. De rechtbank oordeelde dat het overlijden van de referent het verwezenlijken van het beoogde belang onmogelijk maakt, omdat de aanvraag specifiek was gericht op verblijf bij de referent. Een verblijf bij de moeder van de referent, zoals door eiseres aangevoerd, viel niet binnen de oorspronkelijke aanvraag.

De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk en behandelde de zaak niet inhoudelijk. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De rechtbank wees erop dat een nieuwe mvv-aanvraag op grond van artikel 8 EVRM Pro is ingediend en verwacht dat de minister deze spoedig zal behandelen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na het overlijden van de referent.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49451

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. A.C. Pool),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. A. Sloots).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid bij haar oom (referent) in het kader van nareis. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 28 juni 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 17 september 2025 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.1.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 17 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de moeder en de broer van referent, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
3. Eiseres stelt de Eritrese nationaliteit te hebben en geboren te zijn op [geboortedatum] 2011. Referent heeft namens eiseres, zijn moeder, zijn zus en drie broers mvv-aanvragen in het kader van nareis ingediend om bij hem als gezinsleden in Nederland te verblijven. De minister heeft de mvv-aanvragen allen ingewilligd, behalve die van eiseres. Op 25 februari 2026 heeft de gemachtigde van eiseres de rechtbank bericht dat referent zelfmoord heeft gepleegd.
Heeft eiseres nog procesbelang?
4. De rechtbank ziet in dat het plotselinge overlijden van referent heel verdrietig is en veel impact heeft op het gezin. Toch ziet de rechtbank zich vanwege zijn overlijden voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft. De rechtbank komt helaas tot de conclusie dat zij dit niet meer heeft. Hiertoe wordt overwogen dat een eisende partij procesbelang bij een beroepsprocedure heeft wanneer een belang wordt nagestreefd dat daadwerkelijk te verwezenlijken is. Nu referent is overleden, kan eiseres met deze procedure niet meer bereiken wat zij wil bereiken. Uit de aanvraag blijkt immers dat eiseres verblijf beoogde als familie- of gezinslid bij referent. Dat de mvv bij inwilliging zou zijn verleend met de beperking voor verblijf bij de moeder van referent – haar pleegmoeder – zoals de gemachtigde van eiseres naar voren heeft gebracht, maakt dit niet anders. Het verblijf bij de moeder van referent valt namelijk niet onder en binnen de beoordeling van de aanvraag van eiseres zoals deze is ingediend.
4.1.
Tijden de zitting heeft de gemachtigde van eiseres verklaard dat er namens eiseres een nieuwe, reguliere mvv-aanvraag is gedaan op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. Gezien de noodlottige omstandigheden en de lange duur die deze zaak al heeft gehad, gaat de rechtbank ervan uit dat de minister deze nieuwe mvv-aanvraag voortvarend zal behandelen.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres geen procesbelang meer heeft. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Lange, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.