ECLI:NL:RBDHA:2026:20176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering twijfel tijdige terugkeer
Eiseres, een Iraanse staatsburger, vroeg op 3 mei 2023 een visum voor kort verblijf aan om haar zus en zwager in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af op grond van drie weigeringsgronden: onvoldoende aantonen van het doel en omstandigheden van het verblijf, onvoldoende middelen van bestaan en twijfel over het voornemen om tijdig terug te keren.
Tijdens de procedure handhaafde verweerder uiteindelijk alleen de twijfel over de tijdige terugkeer als weigeringsgrond. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de sterke sociale binding van eiseres met Iran, met name haar gezin dat achterblijft, niet voldoende is om tijdige terugkeer te waarborgen. Verweerder had ook geen rekening gehouden met de economische binding van het gezin en de omstandigheden rondom mogelijke asielaanvragen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 7:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van het visum kort verblijf wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van twijfel over tijdige terugkeer.