ECLI:NL:RBDHA:2026:20181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering sociale en economische binding
Eiser, een Iraanse gepensioneerde piloot, vroeg op 31 mei 2023 een visum voor kort verblijf aan om zijn zoons en kleinkinderen in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af wegens twijfel over het voornemen van eiser om tijdig terug te keren naar Iran. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de sociale binding van eiser met Nederland sterker zou zijn dan met Iran, mede omdat eiser al tien jaar feitelijk gescheiden is van zijn echtgenote die in Nederland woont, en zijn zoons ruim meerderjarig zijn met eigen gezinnen.
Ook de economische binding met Iran, bestaande uit een Iraanse pensioenuitkering en onroerende zaken, is volgens de rechtbank onvoldoende gemotiveerd door verweerder als onvoldoende sterk. De rechtbank wijst erop dat vanwege sancties tegen Iran en de aard van de pensioenuitkering nader onderzoek en motivering vereist was. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte afgezien van het horen van eiser en zijn referent in bezwaar.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het visum alsnog verleend moet worden of de weigering deugdelijk gemotiveerd. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van het visum wordt vernietigd.