Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de minister van Asiel en Migratie,
Samenvatting
.Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 10 oktober 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag op 4 februari 2026 af als ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De rechtbank behandelde het beroep op 16 juli 2026 en oordeelde dat de afwijzing terecht was. Eiser baseerde zijn asielverzoek op de oorlogssituatie in Syrië, beperkingen in zijn religieuze vrijheid, discriminatie van zijn kinderen en vrees voor vervolging vanwege zijn eerdere werkzaamheden als koerier voor een ministerie onder het vorige regime.
De minister achtte de identiteit van eiser geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van de problemen op het werk vanwege religie, omdat eiser dit niet met objectieve documenten onderbouwde. De rechtbank volgde de minister en vond dat de situatie in Syrië terecht werd gekwalificeerd als een 15c-situatie in de laagste gradatie, waarbij humanitaire omstandigheden niet doorslaggevend zijn.
Eisers verwijzing naar een escalatie in Iran werd onvoldoende onderbouwd bevonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag.