ECLI:NL:RBDHA:2026:20215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische omstandigheden
De rechtbank Den Haag heeft op 16 juli 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag en het verzoek tot terugname door Spanje was aanvaard.
Eiser voerde aan dat hij vanwege medische redenen, waaronder een amputatie van zijn duim en de wens tot revalidatie, in Nederland behandeld wil worden en dat dit bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd waaruit blijkt dat overdracht aan Spanje tot een onevenredige hardheid zou leiden of dat Nederland het aangewezen land is voor behandeling.
De rechtbank stelde vast dat de minister terughoudend gebruik mag maken van de mogelijkheid om een asielaanvraag onverplicht in behandeling te nemen op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Omdat Spanje haar internationale verplichtingen zal nakomen en eiser geen objectieve medische gegevens had overgelegd, werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.