ECLI:NL:RBDHA:2026:20226
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening faciliterend visum wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, verblijvend in Sierra Leone met haar minderjarige dochter, heeft een faciliterend visum aangevraagd dat door de minister van Buitenlandse Zaken is afgewezen. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat zij gedurende de bezwaarperiode behandeld zou worden alsof zij in het bezit was van het visum.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat het verstrekken van een visum feitelijk geen voorlopige maatregel is, omdat het onomkeerbare gevolgen heeft. Daarom kan een dergelijke voorziening alleen in zeer bijzondere omstandigheden worden toegekend, namelijk bij een zwaarwegend spoedeisend belang en twijfel aan de rechtmatigheid van het besluit.
Verzoekster stelde dat zij de enige verzorger is van haar dochter, die in Sierra Leone niet veilig zou zijn vanwege het risico op vrouwelijke genitale verminking, en dat zij op 25 juli 2026 zou vliegen. De voorzieningenrechter vond echter dat verzoekster onvoldoende had onderbouwd dat haar dochter niet veilig kon verblijven en dat de vluchtdatum niet doorslaggevend was, omdat deze verzet kon worden.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om een faciliterend visum te verkrijgen is afgewezen wegens het ontbreken van een zwaarwegend spoedeisend belang.