ECLI:NL:RBDHA:2026:20227

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
NL26.31386
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht aan België in asielprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat de rechtsvraag over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor alleenstaande mannen in België door de meervoudige kamer zal worden behandeld in de bodemprocedure. Omdat het onduidelijk is wanneer die uitspraak volgt, werd besloten deze af te wachten buiten de voorlopige voorzieningprocedure.

De voorzieningenrechter beperkte zich tot belangenafweging en oordeelde dat het toewijzen van de voorlopige voorziening niet ingrijpend is, omdat het verzoeker alleen toestaat de behandeling van het beroep in Nederland af te wachten. Het niet toewijzen zou kunnen leiden tot overdracht aan België met mogelijk onomkeerbare gevolgen.

Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het bestreden besluit geschorst en bepaald dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan België totdat op het beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten van € 934,-.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verzoeker mag niet worden overgedragen aan België totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31386

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. D.G. Metselaar),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

1. Bij besluit van 3 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

2. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. In geschil is of ten aanzien van België kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor alleenstaande mannen. Deze rechtsvraag zal worden behandeld door de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats in de bodemprocedure van verzoeker. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om die uitspraak af te wachten. Het is niet bekend wanneer deze uitspraak wordt gedaan, zodat het gelet op de termijnen niet wenselijk is om in deze voorlopige voorzieningprocedure de uitspraak af te wachten.
4. De voorzieningenrechter beperkt zich daarom tot een afweging van de belangen van verzoeker en de minister in het kader van de gevraagde voorlopige voorziening. Toewijzing van het verzoek acht de voorzieningenrechter niet zeer ingrijpend. Deze gevraagde voorziening houdt alleen in dat verzoeker de behandeling van het beroep in Nederland mag afwachten. Dat is niets meer dan het in stand laten van de huidige situatie. Het niet treffen van de voorziening zou aan de andere kant betekenen dat verzoeker aan België wordt overgedragen. Niet is uitgesloten dat dit onomkeerbare gevolgen voor verzoeker kan hebben. Onder deze omstandigheden kent de voorzieningenrechter aan het belang van verzoeker om de beslissing op zijn beroep in Nederland af te mogen wachten doorslaggevend gewicht toe.
5. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan België totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
6. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden overgedragen aan België totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.