ECLI:NL:RBDHA:2026:20228

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
NL26.30166
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.S. Gaastra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 DublinverordeningArt. 4 EU-HandvestArt. 3 EVRMArt. 8:57 AwbArt. 30 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Portugal op grond van Dublinverordening

Eiseres diende op 17 maart 2026 een asielaanvraag in, die de minister van Asiel en Migratie op 29 mei 2026 niet in behandeling nam omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. Eiseres maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde meerdere beroepsgronden aan.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht gebruik heeft gemaakt van een standaardvoornemen, dat voldoende gemotiveerd is en de individuele situatie van eiseres adequaat weerspiegelt. Daarnaast mag de minister uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Portugal, ondanks de door eiseres aangevoerde knelpunten in de toegang tot gezondheidszorg zoals beschreven in het AIDA-rapport.

Eiseres slaagt er niet in aannemelijk te maken dat overdracht aan Portugal leidt tot een reëel risico op schending van fundamentele rechten of dat bijzondere omstandigheden een toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.30166

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. M. Stoetzer-van Esch),
en

de minister van Asiel en Migratie.

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het niet in behandeling nemen van de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres is het niet eens met dit besluit en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het niet in behandeling nemen van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft op 17 maart 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 29 mei 2026 niet in behandeling genomen, omdat Portugal verantwoordelijk is voor de aanvraag.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het besluit
3. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. [2] Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [3] In dit geval heeft Nederland bij Portugal een verzoek om overname gedaan. Portugal heeft dit verzoek aanvaard.
Mocht de minister volstaan met een standaardvoornemen?
4. Eiseres voert aan dat de minister niet heeft kunnen volstaan met een standaardvoornemen. Volgens haar bevat het voornemen standaardoverwegingen die niet zijn toegespitst op haar individuele situatie. Daardoor is het voornemen onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. [4] Eiseres wijst daarbij op een uitspraak van deze rechtbank waaruit blijkt dat de minister verplicht is om de individuele omstandigheden van de vreemdeling expliciet te betrekken bij de motivering van het voornemen en het besluit. [5]
4.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat de minister het besluit niet onzorgvuldig heeft voorbereid of gemotiveerd door gebruik te maken van een standaardvoornemen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft recentelijk nog geoordeeld dat een standaardvoornemen aan de daartoe gestelde vereisten kan voldoen. [6] De rechtbank is van oordeel dat de minister in deze zaak in het voornemen summier maar voldoende duidelijk heeft uiteengezet dat en op grond van welke redenen Portugal verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiseres. Ook heeft de minister daarin uiteengezet dat hij geen aanleiding ziet om de asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich te trekken. Daarmee bevat het voornemen de dragende overwegingen van het voorgenomen besluit. De door eiseres aangedragen bezwaren tegen de overdracht heeft de minister bovendien kenbaar meegenomen bij de motivering van het bestreden besluit.
Mag de minister voor Portugal uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
5. Eiseres voert aan dat de minister voor Portugal niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan uitgaan, omdat zij bij overdracht een reëel risico loopt te worden uitgesloten van basisrechten, zoals gespecialiseerde gezondheidszorg. Ter onderbouwing verwijst zij naar het AIDA-rapport van Portugal. [7] Volgens eiseres blijkt daaruit dat asielzoekers worden geconfronteerd met problemen bij de toegang tot de gezondheidszorg, zoals vertragingen bij registratie, het verkrijgen van een patiëntennummer, taal- en cultuurbarrières en een beperkte toegang tot diagnostische procedures en medicijnen. [8] Daarnaast wijst eiseres erop dat het Portugese parlement een wetsontwerp heeft goedgekeurd waaruit blijkt dat asielzoekers zelf de kosten van de medische zorg moeten betalen. [9] Eiseres voert aan dat zij medische klachten heeft waarvoor zij zo spoedig mogelijk moet worden behandeld en heeft daarbij haar medische dossier overgelegd. Volgens eiseres leidt een overdracht aan Portugal daarom tot een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het EU Handvest.
5.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat de minister in beginsel ten aanzien van Portugal mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit betekent dat ervan mag worden uitgegaan dat Portugal zijn internationale verplichtingen tegenover eiseres zal nakomen en dat de behandeling van eiseres in Portugal niet in strijd zal zijn met artikel 4 van Pro het EU Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in haar geval niet geldt. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht stelt dat eiseres daarin niet is geslaagd. Hoewel uit het AIDA-rapport van 2024 volgt dat asielzoekers in de praktijk met verschillende knelpunten kunnen worden geconfronteerd bij de toegang tot voorzieningen, blijkt hieruit niet dat de algemene situatie voor Dublinterugkeerders in Portugal zo slecht is dat zij structureel op grote schaal en voor langere periodes het reële risico lopen dat zij daadwerkelijk geen toegang hebben tot fundamentele behoeften zoals medische zorg. Daarbij merkt de rechtbank op dat het door eiseres aangehaalde wetsvoorstel (voor zover dit is aangenomen) ziet op asielzoekers in de ‘accelerated’ of ‘admissibility’ procedure. Onduidelijk is of eiseres bij overdracht in deze procedure terecht zal komen. Dit hangt af van de inhoud van haar asielaanvraag. De minister stelt zich dan ook terecht op het standpunt dat hij ervan mag uitgaan dat Portugal de voor eiseres noodzakelijke medische zorg zal bieden. Bovendien kan eiseres zich bij eventuele problemen wenden tot de Portugese autoriteiten. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Portugese autoriteiten haar niet kunnen of willen helpen.
Had de minister artikel 17 van Pro de Dublinverordening moeten toepassen?
6. Eiseres voert aan dat de minister haar asielaanvraag aan zich moet trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening, omdat in haar geval sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die maken dat de overdracht aan Portugal van onevenredige hardheid getuigt.
6.1.
De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank is van oordeel dat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Portugal zou leiden tot onevenredige hardheid. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat eiseres daar niet in is geslaagd. Daarbij betrekt de rechtbank dat de minister, zoals onder 5.1 overwogen, voor Portugal uit mag gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit vaste rechtspraak volgt dat de minister de omstandigheden die hij in het kader van het interstatelijk vertrouwensbeginsel in de besluitvorming heeft betrokken niet nogmaals hoeft te betrekken in het kader van een beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening. [10] Deze beroepsgrond kan dan ook niet tot de conclusie leiden dat de minister de aanvraag aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Pruijn, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Die stond in de Dublinverordening. Sinds 12 juni 2026 staat deze regelgeving in de Asiel- en Migratiebeheerverordening.
3.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
4.Eiseres wijst daarbij op artikel 41 van Pro het Handvest en op de arresten van het HvJEU van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218 (Jawo) en van 30 november 2023, ECLI:EU:C:2023:934 (CZA e.a.).
5.Rechtbank Den Haag, zp. Roermond, 7 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:19122.
6.ABRvS 11 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1642.
7.AIDA Country Report: Portugal (update 2024).
8.AIDA Country Report: Portugal (update 2024), p. 153.
9.AIDA Country Report: Portugal (update 2024), p. 27.
10.Zie ABRvS 25 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:717, r.o. 7.