ECLI:NL:RBDHA:2026:20242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en meerderjarigheid
Eiser diende op 15 april 2026 een asielaanvraag in bij de minister van Asiel en Migratie. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat hij minderjarig was en dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door van meerderjarigheid uit te gaan.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiser meerderjarig was op het moment van de aanvraag, gebaseerd op de geboortedatum die eiser zelf heeft opgegeven tijdens het aanmeldgehoor. Eiser heeft zijn minderjarigheid niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank merkt op dat de zienswijze van eiser betrekking heeft op een eerdere procedure uit 2025, die niet ter beoordeling ligt in deze zaak.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.S. Gaastra en griffier I.S. Pruijn op 17 juli 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is en eiser meerderjarig was.