ECLI:NL:RBDHA:2026:20247
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening mvv nareis minderjarige dochter wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis voor zijn minderjarige dochter. De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat de identiteit van de dochter, de familierechtelijke relatie en het overlijden van de moeder niet aannemelijk waren gemaakt. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening zodat zijn dochter alvast naar Nederland kon reizen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang vanwege de minderjarigheid van de dochter, de lange duur van de procedure en het belang van gezinshereniging. Echter, het verzoek om voorlopige voorziening heeft onomkeerbare gevolgen omdat de dochter met een mvv naar Nederland kan reizen voordat op bezwaar is beslist.
De rechter stelt dat alleen in zeer bijzondere omstandigheden een dergelijke voorziening kan worden toegewezen. In deze zaak is niet gebleken van zulke omstandigheden. Het belang van de minister bij het handhaven van het besluit weegt zwaarder dan het belang van verzoeker en zijn dochter om de voorlopige voorziening te krijgen. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor het verkrijgen van een mvv voor de minderjarige dochter wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden die onomkeerbare gevolgen rechtvaardigen.