ECLI:NL:RBDHA:2026:20272
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen overplaatsing minderjarig kind met autisme naar vrijheidsbeperkende locatie
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 17 juli 2026 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van een minderjarig kind met een ernstige autismespectrumstoornis. Het verzoek betrof het uitstel van vertrek en het voorkomen van overplaatsing naar een vrijheidsbeperkende locatie in Ter Apel, terwijl het bezwaar tegen het besluit van 22 juni 2026 nog loopt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat sprake was van onverwijlde spoed vanwege de geplande overplaatsing op 23 juli 2026 en de impact daarvan op het kind en zijn moeder. Gezien de medische noodzaak van intensieve behandeling die niet voortgezet kan worden in Ter Apel, en de grote reisafstand naar de behandelingslocatie, woog het belang van het kind zwaarder dan het belang van de minister.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waarbij het kind gedurende de bezwaarprocedure in de opvanglocatie van het COa in Grave mag blijven en het recht op verstrekkingen behoudt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor het minderjarige kind met autisme tijdens de bezwaarprocedure in de opvanglocatie in Grave mag blijven en niet wordt overgeplaatst naar Ter Apel.