ECLI:NL:RBDHA:2026:20282

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juli 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
NL26.23437
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.J. Wilts
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Dvo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over Zwitserland als verantwoordelijke lidstaat

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 30 juni 2026 behandeld, samen met het beroep.

De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL26.23436 waarin het beroep is behandeld. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.J. Wilts en is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op de inhoud wordt behandeld in een gelijktijdige zaak.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.23437

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker,

(gemachtigde: mr. P.A.J. Mulders),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. F.M. Reidinga).

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker,
A. Biada als tolk en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.23436, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Wilts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van D.K. Bloemers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.