Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer], verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie,
Procesverloop
A. Biada als tolk en de gemachtigde van de minister.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 30 juni 2026 behandeld, samen met het beroep.
De voorzieningenrechter verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL26.23436 waarin het beroep is behandeld. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.J. Wilts en is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op de inhoud wordt behandeld in een gelijktijdige zaak.