ECLI:NL:RBDHA:2026:20362

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juli 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
AWB 26/1244
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • V.A.G. Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om zijn uitzetting te voorkomen nadat zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning was afgewezen. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en concludeerde dat er geen spoedeisend belang aanwezig was.

Verzoeker stelde dat hij geconfronteerd werd met een onmiddellijk terugkeerbesluit en dat het bezwaar tegen het besluit geen schorsende werking had. Hij benadrukte zijn zorgplicht voor zijn minderjarige kind en de kwetsbare situatie van zijn partner. De minister stelde daartegenover dat er geen concrete plannen voor uitzetting bestonden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de enkele uitvoerbaarheid van het besluit niet voldoende is voor een spoedeisend belang. Zonder concrete aanwijzingen voor een onmiddellijke uitzetting is het verzoek niet ontvankelijk. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en gaf aan dat verzoeker bij dreigende uitzetting opnieuw een verzoek kan indienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/1244

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2026 in de zaak tussen

[naam] verzoeker,

V-nummer: [nummer],
en

de minister van Asiel en Migratie

(gemachtigde: C. Stoute).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening om de uitzetting van verzoeker te voorkomen.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 16 december 2025 heeft minister de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning voor verblijf bij een familie- of gezinslid afgewezen. Verzoeker heeft op 15 januari 2026 tegen dat besluit bezwaar gemaakt.
3. Verzoeker heeft op 22 januari 2026 de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
4. De minister heeft 19 februari 2026 een reactie aan de voorzieningenrechter doen toekomen.
5. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

6. Verzoeker voert aan dat hij is geconfronteerd met een onmiddellijk terugkeerbesluit en is gesignaleerd in het Schengen informatiesysteem. Het bezwaar heeft geen schorsende werking. Daarom heeft hij een spoedeisend belang. Verzoeker is vader van een minderjarig kind dat in Nederland verblijft en waarvan hij dagelijks de zorg op zich neemt. Zijn partner verkeert in een emotioneel kwetsbare situatie.
7. De minister stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een spoedeisend belang, omdat er geen concrete aanwijzing is dat op korte termijn uitzetting plaats zal vinden.
8. De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een spoedeisend belang. De enkele omstandigheid dat het besluit van 16 december 2025 voor uitvoering vatbaar is levert in dit geval geen spoedeisend belang op. De minister heeft namelijk verklaard dat er geen concrete plannen voor de uitzetting van verzoeker bestaan. De daadwerkelijke uitzetting is daarom vooralsnog een onzekere toekomstige gebeurtenis. Omdat de voorzieningenrechter verder niet is gebleken dat er op dit moment wel een concrete aanwijzing bestaat, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang. Als concrete uitzetting dreigt, kan verzoeker opnieuw een verzoek om voorlopige voorziening indienen.

Conclusie en gevolgen

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier, op 16 juli 2026, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.