Uitspraak
Rechtbank den haag
1..[eiser] te [woonplaats]
[eiseres]te [woonplaats] ,
[gedaagde 1] B.V.voorheen te [plaats] ,
[gedaagde 2] B.V.voorheen te [plaats] ,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben een kort geding aangespannen tegen twee besloten vennootschappen die inmiddels zijn ontbonden en uit het Handelsregister zijn geschrapt. De dagvaarding werd op 26 mei 2026 uitgebracht en de zitting vond plaats op 17 juni 2026, waarbij eisers volhardden in hun vordering. Gedaagden zijn niet verschenen.
De rechtbank stelt vast dat beide B.V.'s niet meer bestaan en daarom geen partij kunnen zijn in deze procedure. Hierdoor worden eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. Desondanks is het conservatoire beslag dat gedaagden in 1999 op het herenhuis van eisers hebben gelegd, nog steeds ingeschreven.
Eisers hebben aannemelijk gemaakt dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd volledig is voldaan en dat het beslag waardeloos is. Omdat gedaagden geen waardeloosverklaring kunnen afgeven, verklaart de voorzieningenrechter het beslag waardeloos op grond van artikel 3:29 BW Pro, zodat eisers de noodzakelijke rechtsbescherming krijgen. Eisers moeten hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard, maar het conservatoire beslag op hun woning wordt waardeloos verklaard.