ECLI:NL:RBDHA:2026:20375

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/09/705313 / KG ZA 26-513
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:28 BWArt. 3:29 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid eisers en waardeloosverklaring conservatoir beslag op woning

Eisers hebben een kort geding aangespannen tegen twee besloten vennootschappen die inmiddels zijn ontbonden en uit het Handelsregister zijn geschrapt. De dagvaarding werd op 26 mei 2026 uitgebracht en de zitting vond plaats op 17 juni 2026, waarbij eisers volhardden in hun vordering. Gedaagden zijn niet verschenen.

De rechtbank stelt vast dat beide B.V.'s niet meer bestaan en daarom geen partij kunnen zijn in deze procedure. Hierdoor worden eisers niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. Desondanks is het conservatoire beslag dat gedaagden in 1999 op het herenhuis van eisers hebben gelegd, nog steeds ingeschreven.

Eisers hebben aannemelijk gemaakt dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd volledig is voldaan en dat het beslag waardeloos is. Omdat gedaagden geen waardeloosverklaring kunnen afgeven, verklaart de voorzieningenrechter het beslag waardeloos op grond van artikel 3:29 BW Pro, zodat eisers de noodzakelijke rechtsbescherming krijgen. Eisers moeten hun eigen proceskosten dragen.

Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard, maar het conservatoire beslag op hun woning wordt waardeloos verklaard.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/705313 / KG ZA 26-513
Vonnis in kort geding van 24 juni 2026
in de zaak van

1..[eiser] te [woonplaats]

2.
[eiseres]te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. Y.A. Rampersad,
tegen:
1)
[gedaagde 1] B.V.voorheen te [plaats] ,
2)
[gedaagde 2] B.V.voorheen te [plaats] ,
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Eisers hebben de dagvaarding doen uitbrengen op 26 mei 2026 en hebben ter zitting van 17 juni 2026 bij de daarin opgenomen eis volhard.
1.2.
Gedaagden zijn door middel van een openbaar exploot opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij zijn daar niet verschenen.

2.De beoordeling van het geschil

2.1.
Eisers hebben vorderingen ingesteld zoals opgenomen in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid.
2.2.
Gedaagde onder 1 is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die na ontbinding op 31 juli 2025 is opgehouden te bestaan bij gebrek aan baten en op 14 augustus 2025 is uitgeschreven uit het Handelsregister. Gedaagde onder 2 is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die volgens eisers eveneens is ontbonden en opgehouden te bestaan, maar waarvan volgens eisers in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel geen gegevens meer te achterhalen zijn. Aannemelijk is dat beide gedaagden niet meer bestaan, zodat zij in deze procedure geen partij kunnen zijn. Eisers moeten daarom, ondanks de oproeping van de beide niet meer bestaande BV’s bij openbaar exploot van 26 mei 2026, in hun vorderingen niet ontvankelijk worden verklaard.
2.3.
Gedaagden hebben op 2 april 1999 ten laste van de toenmalige eigenaar conservatoir gezamenlijk beslag gelegd op het herenhuis met ondergrond en tuin en verdere toebehoren aan het [adres] . Eisers hebben deze woning op 6 april 1999 in eigendom verkregen. Hoewel in de akte van levering aan eisers en in de latere hypotheekakte staat vermeld dat de woning vrij is van hypotheken en beslagen, is het conservatoire beslag nog altijd ingeschreven.
2.4.
Eisers hebben mede aan de hand van de verklaring van de indirect bestuurder van gedaagde onder 1, die ook bewaarder is van de boeken en bescheiden van die vennootschap, aannemelijk gemaakt dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd omstreeks 6 april 1999 volledig is voldaan. Op grond hiervan is aannemelijk dat de inschrijving van het conservatoire beslag waardeloos is. Eisers hebben, als eigenaars van de woning, een evident belang bij het waardeloos doen verklaren van het conservatoire beslag. Aangezien gedaagden, als niet meer bestaande vennootschappen, geen waardeloosverklaring afgeven, zal de voorzieningenrechter ondanks de zojuist geconstateerde niet-ontvankelijkheid de inschrijving van het beslag op de voet van artikel 3:29 BW Pro [1] waardeloos verklaren, zoals door eisers gevorderd. Zonder deze rechterlijke waardeloosverklaring zouden eisers immers in dit geval noodzakelijke rechtsbescherming ontberen.
2.5.
Uit artikel 3:29, vierde lid, BW volgt dat dit vonnis na inschrijving de bewaarder machtigt tot doorhaling van de waardeloze inschrijving, zodat eisers geen belang hebben bij de door hen gevorderde bepaling dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
2.6.
Aangezien gedaagden niet bestaan, moeten eisers hun eigen proceskosten dragen.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen tegen gedaagden;
3.2.
verklaart het conservatoire beslag ten behoeve van [gedaagde 1] B.V. en [gedaagde 2] B.V. op het herenhuis met ondergrond en tuin en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres] , kadastraal bekend [kadastraal nummer] , groot driehonderdnegen vierkante meter (309 m2), ingeschreven in de openbare registers voor registergoederen (reeks: Zoetermeer) op 2 april 1999, afkomstig uit stuk Hyp3 14178/45, waardeloos in de zin van de artikelen 3:28 en 3:29 BW;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
bepaalt dat eisers de eigen kosten dragen;
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.
WJ

Voetnoten

1.Burgerlijk Wetboek.