Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
“vanwege het proces en tijd die hiervoor staat”.
3.Het geschil
primair(1) Zilveren Kruis te veroordelen tot opheffing van de cliëntenstop bij ICZ en/of (2) Zilveren Kruis te veroordelen tot intrekking van de aanvullende voorwaarden en/of (3) Zilveren Kruis te veroordelen tot het aangaan of hervatten van de onderhandelingen met ICZ over een betalingsregeling voor het correctiebedrag en/of (4) Zilveren Kruis te verbieden het correctiebedrag van € 2.776.360,23 naar aanleiding van de materiële controle over 2022 te verrekenen met bevoorschottingen en/of reguliere betalingen aan ICZ in januari 2026 en/of februari 2026 en/of maart 2026 en/of (5) Zilveren Kruis te verbieden om invorderings- of executiemaatregelen te treffen ter zake van het correctiebedrag, zolang partijen niet tot een betalingsregeling zijn gekomen of zolang het correctiebedrag niet rechtens onaantastbaar is en/of (6) Zilveren Kruis te gebieden de reguliere bevoorschotting en uitbetaling in de maanden januari 2026 en/of februari 2026 en/of maart 2026 aan ICZ onverkort te hervatten of voort te zetten, zonder inhouding of verrekening;
subsidiair(7) een in goede justitie te bepalen voorziening te treffen en/of (8) te bepalen dat Zilveren Kruis het correctiebedrag slechts gefaseerd en gemaximeerd mag verrekenen, zodanig dat de liquiditeitspositie van ICZ niet onevenredig wordt aangetast, een en ander (9) met veroordeling van Zilveren Kruis in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.