ECLI:NL:RBDHA:2026:20498
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late betaling griffierecht in nareiszaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank heeft echter vastgesteld dat het griffierecht van € 200,- niet tijdig is betaald, ondanks meerdere verzoeken en een aangetekende nota die op 4 juni 2026 is bezorgd en waarvoor ontvangst is getekend.
Eiser heeft aangevoerd het griffierecht niet te kunnen betalen, maar heeft geen aanvullende gegevens over zijn inkomen en vermogen verstrekt na een verzoek daartoe. De rechtbank heeft het verzoek tot vrijstelling van griffierecht afgewezen en geen geldige reden gezien voor de late betaling.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt geen inhoudelijke behandeling gegeven en geen uitspraak gedaan over het beroep zelf. Omdat het griffierecht alsnog te laat is betaald, zal het bedrag aan eiser worden terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.