ECLI:NL:RBDHA:2026:20506

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
23 juli 2026
Zaaknummer
NL25.14182
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 20 VWEUArrest Chavez-Vilchez ECLI:EU:C:2017:354
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsrecht burger Unie

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn verblijfsrecht als burger van de Unie in te trekken. Dit bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, is de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.

Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.14182

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Ali),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het intrekken van zijn verblijfsrecht als burger van de Unie als bedoeld in artikel 20 van Pro het VWEU [1] en het arrest Chavez-Vilchez [2] ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verzoeker heeft verder de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.14181, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 22 juli 2026 door mr. E.J. Govaers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Verdrag van de Werking van de Europese Unie.
2.Arrest Chavez-Vilchez van het Hof van Justitie (Hof) van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.