Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker], V-nummer: [V-nummer 1], verzoeker
[kind 3]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen omdat België volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is. Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beroepen kennelijk ongegrond zijn en wees de verzoeken om voorlopige voorziening af. Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de minister in de proceskosten van verzoekers, vastgesteld op € 934, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 5 februari 2026 door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en is onherroepelijk omdat hoger beroep of verzet niet openstaat.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en minister wordt veroordeeld in proceskosten van € 934.