ECLI:NL:RBDHA:2026:20548
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag werd op 24 juli 2025 afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. Na bezwaar werd dit besluit op 1 mei 2026 bevestigd, waarna verzoeker beroep instelde en een voorlopige voorziening vroeg.
Het verzoek tot voorlopige voorziening strekte ertoe dat verzoeker niet uit Nederland zou worden verwijderd tot vier weken na de beslissing op het beroep en dat de minister een verblijfssticker zou afgeven waarmee verzoeker arbeid als zelfstandige mag verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. De voorzieningenrechter vroeg de minister om een reactie, maar deze bleef uit.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een zwaarwegend en spoedeisend belang had, onder meer vanwege het belang van het rechtmatig verblijf voor het verkrijgen van een terugkeervisum en het voortzetten van zijn onderneming. Door het ontbreken van een reactie van de minister viel de belangenafweging in het voordeel van verzoeker uit. Daarom werd het verzoek toegewezen, met veroordeling van de minister in griffie- en proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, verzoeker mag niet worden verwijderd en krijgt verblijfssticker voor zelfstandige arbeid.